1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. De voordracht voor het koninklijk besluit voor inwerkingtreding van
artikel 38m van onderdeel F van artikel I,
artikel 38m van onderdeel F van artikel II,
artikel 41l van onderdeel E, van artikel III, en van
artikel 4.4.12 van onderdeel E van artikel IV wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd.