Ter verkrijging van goedkeuring legt de directie aan de raad een voornemen voor tot het verrichten van andere werkzaamheden dan die welke rechtstreeks voortvloeien uit de in
artikel 3 lid 1 en 2 van de Verzelfstandigingswet bedoelde taken, mits deze werkzaamheden:
– met bedoelde taken samenhangen
– niet leiden tot concurrentievervalsing t.o.v. private aanbieders van vergelijkbare diensten
– tegen tenminste kostendekkende prijzen worden verricht.
Nadat de raad heeft aangegeven voornemens te zijn goedkeuring te verlenen, dient de directie een verzoek in tot verkrijging van een verklaring van geen bezwaar van de minister. Eerst na een positieve beslissing van de minister gaat de raad over tot definitieve goedkeuring.