1. Bij de beoordeling van aanvragen voor een bijdrage in de standhuur, zoals bedoeld in artikel 2 derde lid, en artikel 3 tweede lid stelt het Mondriaan Fonds na advies van het bevoegd adviesorgaan een lijst kunstbeurzen en een lijst kunstboekenbeurzen met internationale uitstraling vast. Indien een galerie of uitgever is toegelaten voor deelname aan één van deze beurzen wordt de aanvraag toegekend, mits deze voldoet aan de overige voorwaarden van deze regeling en aan het
Algemeen Reglement.
2. Indien een galerie een aanvraag indient voor deelname aan een beurs die niet op de in het eerste lid bedoelde lijst staat, dient de aanvrager het belang van deelname aan deze beurs specifiek te onderbouwen.
3. Met uitzondering van het bepaalde in artikel 5 lid 1 worden aanvragen ter advisering voorgelegd aan het bevoegd adviesorgaan.
4. Bij de beoordeling van een in het tweede lid van dit artikel bedoelde aanvraag, waarbij het de presentatie van bestaand werk betreft, als bedoeld in artikel 2 derde en vierde lid, geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het belang van het voorstel voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd in onderlinge samenhang:
• het belang en de internationale reputatie van de beurs zoals die tot uitdrukking komt in de kwaliteit van de programmering, het publieksbereik (zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht), de reputatie van de beurs; de mate van aandacht in relevante aandacht in media;
• de motivatie voor deelname aan deze beurs;
• de kwaliteit van het presentatieplan om een passend publiek te bereiken en aan te spreken;
• de kwaliteit van het te tonen werk;
• het belang en de reputatie van de galerie dan wel de curator.
5. Bij de beoordeling van een in het tweede lid van dit artikel bedoelde aanvraag, waarbij het de productie van nieuw werk betreft, als bedoeld in artikel 2, zesde lid, geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het belang van het voorstel voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd in onderlinge samenhang:
• het belang en de internationale reputatie van de beurs zoals die tot uitdrukking komt in de kwaliteit van de programmering, het publieksbereik (zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht), de reputatie van de beurs; de mate van aandacht in relevante aandacht in media;
• de reputatie van de curator;
• de kwaliteit van het werkplan;
• de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan en de kwaliteit van het cultureel ondernemerschap;
• de kwaliteit van het presentatieplan om een passend publiek te bereiken en aan te spreken en het oordeel over aspecten van het cultureel ondernemerschap; de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de kunstenaar, de manier waarop de kunstenaar naar buiten treedt en een publiek voor zijn werk weet te vinden en binden;
• het belang van het presentatieplan wordt beoordeeld op de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken.
6. Bij de beoordeling van een in het tweede lid van dit artikel bedoelde aanvraag, waarbij het de standhuur op een kunstboekenbeurs betreft zoals bedoeld in artikel 3 tweede lid geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het belang van het voorstel voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd in onderlinge samenhang:
• het belang en de internationale reputatie van de beurs zoals die tot uitdrukking komt in de kwaliteit van de programmering, het publieksbereik (zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht), de reputatie van de beurs; de mate van aandacht in relevante media;
• de motivatie van de uitgever voor deelname aan deze beurs;
• de kwaliteit van de te tonen publicaties;
• de kwaliteit van het presentatieplan, met name de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken en te binden,
• het belang en de reputatie van de uitgever.
7. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage alsmede de periode waarover de financiële bijdrage verstrekt wordt.
8. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel.