Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds
TITEL I
ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 3
Artikel 4
Titel II
POLITIEKE DIALOOG
Artikel 5
– de banden van de Republiek Azerbeidzjan met de Gemeenschap en haar Lid-Staten, en aldus met de gemeenschap van democratische naties als geheel, te versterken; de economische convergentie die door middel van deze Overeenkomst wordt bewerkstelligd, zal leiden tot hechtere politieke betrekkingen;
– de standpunten over internationale vraagstukken van wederzijds belang nader tot elkaar te brengen en aldus meer veiligheid en stabiliteit in de regio te bewerkstelligen en de toekomstige ontwikkeling van de onafhankelijke staten van Transkaukasië te bevorderen;
– ervoor te zorgen dat de partijen streven naar samenwerking voor aangelegenheden op het gebied van de versterking van stabiliteit en veiligheid in Europa, de naleving van de democratische beginselen, de eerbiediging en bevordering van de mensenrechten, vooral die van minderheden, waarbij zo nodig over relevante kwesties overleg wordt gepleegd.
Deze dialoog kan op regionaal vlak plaatsvinden met het oog op een bijdrage aan het oplossen van regionale conflicten en spanningen.
Artikel 6
Artikel 7
– regelmatige vergaderingen tussen vertegenwoordigers van de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds, op het niveau van hoge ambtenaren;
– het optimaal gebruik maken van diplomatieke kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten op bilateraal en multilateraal vlak, onder meer bij de Verenigde Naties, vergaderingen van de OVSE en elders;
– alle andere middelen, waaronder vergaderingen van deskundigen, die bijdragen tot het consolideren en ontwikkelen van deze dialoog.
Artikel 8
TITEL III
HANDEL IN GOEDEREN
Artikel 9
– de douanerechten en heffingen bij invoer en bij uitvoer, met inbegrip van de wijze van invordering van dergelijke rechten en heffingen,
– de bepalingen betreffende de douaneafhandeling, de doorvoer, de opslag in entrepôt en de overslag van goederen,
– de belastingen en alle andere interne heffingen die direct of indirect op de ingevoerde goederen van toepassing zijn,
– de wijzen van betaling en de overdracht van de betaalde bedragen,
– de voorschriften met betrekking tot de verkoop, de aankoop, het vervoer, de distributie en het gebruik van goederen op de binnenlandse markt.
2. De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op:
a. voordelen die met het oog op de oprichting van een douane-unie of vrijhandelszone of na de oprichting van een dergelijke unie of zone worden toegekend;
b. voordelen die aan bepaalde landen worden toegekend krachtens de WTO-regels en andere internationale regelingen ten gunste van ontwikkelingslanden;
c. voordelen die aan buurlanden worden toegekend ten einde het grensverkeer te vereenvoudigen.
3. De bepalingen van lid 1 zijn gedurende een overgangsperiode die eindigt op de datum waarop de Republiek Azerbeidzjan partij wordt bij de WTO of, indien dit vroeger is, op 31 december 1998, niet van toepassing op de in bijlage I bedoelde voordelen die door de Republiek Azerbeidzjan worden toegekend aan andere Staten die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn ontstaan.
Artikel 10
2. De in artikel V, leden 2, 3, 4 en 5 van de GATT vastgestelde regels zijn tussen de twee partijen van toepassing.
3. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan tussen de partijen overeengekomen bijzondere regelingen voor specifieke sectoren, zoals vervoer, of produkten, of aan de bepalingen van artikel 90.
Artikel 11
Artikel 12
2. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 14, en 18 van deze Overeenkomst worden bij de invoer in de Republiek Azerbeidzjan van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap geen kwantitatieve beperkingen noch maatregelen van gelijke werking toegepast.
Artikel 13
Artikel 14
2. Voor zij maatregelen nemen, of, in de gevallen waarin artikel 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk nadat zij maatregelen hebben genomen, verstrekken de Gemeenschap of de Republiek Azerbeidzjan, al naargelang van het geval, de Samenwerkingsraad alle relevante informatie ten einde deze in staat te stellen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing als bedoeld in titel XI te zoeken.
3. Indien, na dit overleg, de partijen niet binnen 30 dagen nadat de kwestie naar de Samenwerkingsraad werd verwezen een akkoord bereiken over maatregelen om het probleem op te lossen, dan kan de partij die om het overleg heeft verzocht maatregelen ter beperking van de invoer van de betrokken produkten nemen in de mate en voor de tijd die nodig zijn om de schade te voorkomen of te verhelpen of kan zij andere passende maatregelen nemen.
4. In kritieke omstandigheden, waarin uitstel moeilijk herstelbare schade zou veroorzaken, kunnen de partijen maatregelen nemen voor het overleg heeft plaatsgevonden, op voorwaarde dat onmiddellijk daarna een voorstel tot overleg wordt gedaan.
5. Bij de keuze van de in het kader van dit artikel toe te passen maatregelen geven de overeenkomstsluitende partijen de voorkeur aan maatregelen die het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst het minst in de weg staan.
6. Geen enkele bepaling van dit artikel belet de partijen anti-dumpingmaatregelen of compenserende maatregelen te nemen overeenkomstig artikel VI van de GATT, de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT, de Overeenkomst inzake de interpretatie en de toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de GATT of daarmee verband houdende interne wetgeving.
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
2. Er wordt een contactgroep voor kolen- en staalkwesties ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds.
De contactgroep wisselt op gezette tijden informatie uit over alle zaken in verband met kolen- en staalprodukten die voor partijen van belang zijn.
Artikel 19
TITEL IV
BEPALINGEN INZAKE HET HANDELSVERKEER EN DE INVESTERINGEN
HOOFDSTUK I
ARBEIDSVOORWAARDEN
Artikel 20
2. Onverminderd de in de Republiek Azerbeidzjan geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures draagt de Republiek Azerbeidzjan zorg dat onderdanen van een Lid-Staat die legaal tewerkgesteld zijn op het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan, niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van zijn eigen onderdanen, wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.
Artikel 21
Artikel 22
HOOFDSTUK II
BEPALINGEN INZAKE DE VESTIGING EN DE EXPLOITATIE VAN ONDERNEMINGEN
Artikel 23
2. Onverminderd de in bijlage IV genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar Lid-Staten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Azerbeidzjaanse vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enig bedrijf uit de Gemeenschap toekennen.
3. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen de op hun grondgebied gevestigde filialen van Azerbeidzjaanse vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen.
4. Onverminderd de in bijlage V genoemde voorbehouden kent de Republiek Azerbeidzjan voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap als omschreven in artikel 25, onder d, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die dit land aan Azerbeidzjaanse ondernemingen of aan ondernemingen uit enig derde land toekent, en kent de op zijn grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het respectievelijk aan eigen vennootschappen of filialen of respectievelijk aan vennootschappen of filialen uit enig derde land toekent.
Artikel 24
2. Wat evenwel de activiteiten, zoals hieronder aangegeven, van scheepvaartondernemingen op het gebied van het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, biedt elke partij aan ondernemingen van de andere partij de mogelijkheid op haar grondgebied een handelsvertegenwoordiging in de vorm van dochterondernemingen of filialen te vestigen, onder voorwaarden, wat de vestiging en de werking betreft, die niet minder gunstig zijn dan de meest voordelige voorwaarden die zij aan haar eigen vennootschappen of aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit enig derde land toekent, overeenkomstig de wetgeving en bepalingen die voor elke partij van toepassing zijn.
3. Deze activiteiten omvatten onder meer:
a. het op de markt brengen en de verkoop van maritieme vervoersdiensten en aanverwante diensten door rechtstreekse contacten met klanten, van prijsopgave tot facturering, ongeacht of deze diensten worden verricht of aangeboden door de dienstverlener zelf dan wel door dienstverleners waarmee de verkoper van de diensten een permanent handelsakkoord heeft;
b. aankoop en gebruik, voor eigen rekening of voor rekening van hun klanten (en de wederverkoop aan hun klanten) van alle vervoersdiensten en aanverwante diensten, met inbegrip van alle vormen van binnenlands vervoer, in het bijzonder over binnenwateren, over de weg en per spoor, die voor een geïntegreerde dienstverlening vereist zijn;
c. voorbereiding van documentatie betreffende vervoersdocumenten, douanedocumenten of andere documenten in verband met de oorsprong en de aard van de vervoerde goederen;
d. het verschaffen van handelsinformatie, op enigerlei wijze, onder meer door middel van geautomatiseerde informatiesystemen en systemen voor elektronische gegevensuitwisseling (onverminderd alle niet-discriminatoire beperkingen op het telecommunicatieverkeer);
e. het sluiten van enigerlei handelsovereenkomst, met inbegrip van participaties in ondernemingen en het in dienst nemen van plaatselijk aangeworven personeel (of, wanneer het buitenlands personeel betreft, met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van deze Overeenkomst), met een in het betrokken land gevestigde scheepvaartonderneming;
f. optreden namens ondernemingen, onder andere door het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht.
Artikel 25
a. „onderneming uit de Gemeenschap" of „Azerbeidzjaanse onderneming": een overeenkomstig de wetgeving van respectievelijk een Lid-Staat of de Republiek Azerbeidzjan opgerichte onderneming die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Azerbeidzjan heeft. Indien een overeenkomstig de wetgeving van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Azerbeidzjan opgerichte onderneming enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Azerbeidzjan heeft, wordt deze onderneming als een onderneming uit de Gemeenschap of als een Azerbeidzjaanse onderneming beschouwd indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band tussen de economieën van respectievelijk de Lid-Staten of de Republiek Azerbeidzjan naar voren treedt;
b. „dochteronderneming": een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;
c. „filiaal" van een vennootschap: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een afdeling van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedermaatschappij doch hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die de afdeling vormt;
d. „vestiging": het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap of Azerbeidzjaanse vennootschappen als bedoeld onder punt a, economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochtermaatschappijen en filialen in respectievelijk de Republiek Azerbeidzjan of de Gemeenschap;
e. „exploitatie": het verrichten van economische activiteiten;
f. „economische activiteiten": activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen.
Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III eveneens van toepassing op onderdanen van de Lid-Staten of van Azerbeidzjan die buiten het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Azerbeidzjan gevestigd zijn en op buiten de Gemeenschap of Azerbeidzjan gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarin onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of Azerbeidzjan een meerderheidsparticipatie hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen respectievelijk in die Lid-Staat of in Azerbeidzjan geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke voorschriften van de Gemeenschap en Azerbeidzjan.
Artikel 26
2. Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat zij een partij ertoe verplicht informatie betreffende de zaken en de boekhouding van individuele klanten dan wel vertrouwelijke of gepatenteerde informatie te verstrekken die in het bezit is van overheidsinstanties.
3. Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „financiële diensten" verstaan de in bijlage III omschreven activiteiten.
Artikel 27
Artikel 28
2. Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van de vorengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties" genoemd, zijn „binnen de vennootschap overgeplaatste personen", als omschreven onder c, van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende ten minste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsparticipatie) waren:
a. leden van het hogere kader van een organisatie die in de eerste plaats leiding geven aan de organisatie, onder het algemene toezicht en volgens instructies van, in hoofdzaak, de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen. Deze personeelsleden – geven leiding aan de organisatie of een afdeling of onderafdeling daarvan;
– houden toezicht op en controleren de werkzaamheden van andere toezichthoudende, hooggespecialiseerde of leidinggevende werknemers;
– zijn persoonlijk bevoegd werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
– geven leiding aan de organisatie of een afdeling of onderafdeling daarvan;
– houden toezicht op en controleren de werkzaamheden van andere toezichthoudende, hooggespecialiseerde of leidinggevende werknemers;
– zijn persoonlijk bevoegd werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
b. binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over bijzondere kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van het bedrijf, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de voor het functioneren van de betrokken vennootschap vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in de bekwaamheid bepaalde werkzaamheden uit te voeren of een bepaald beroep uit te oefenen waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, met inbegrip van het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;
c. een „binnen de vennootschap overgeplaatste persoon" is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere partij. De belangrijkste handelsactiviteit van de betrokken organisatie dient op het grondgebied van een partij plaats te hebben en de overplaatsing dient te geschieden naar een afdeling (dochteronderneming of filiaal) van deze organisatie die op het grondgebied van de andere partij daadwerkelijk soortgelijke economische activiteiten verricht.
Artikel 29
2. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan die van artikel 37: de omstandigheden waarop artikel 37 van toepassing is, worden uitsluitend geregeld door de bepalingen van dit artikel, met uitsluiting van elk ander artikel.
3. In een geest van partnerschap en samenwerking en in het licht van de bepalingen van artikel 43 zal de regering van de Republiek Azerbeidzjan de Gemeenschap kennis geven van voorgenomen nieuwe wet- of regelgeving die de voorwaarden voor de vestiging of de exploitatie van dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Azerbeidzjan restrictiever zou kunnen maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van de Overeenkomst het geval is. De Gemeenschap kan van de Republiek Azerbeidzjan verlangen dat dit land haar deze wetsontwerpen of ontwerp-regelingen doet toekomen en daaromtrent overleg pleegt.
4. Wanneer nieuwe wet- of regelgeving in de Republiek Azerbeidzjan de voorwaarden voor de exploitatie van in de Republiek Azerbeidzjan gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap restrictiever maakt dan op de dag van ondertekening van de Overeenkomst het geval is, dan is dergelijke wet- of regelgeving gedurende de eerste drie jaren volgende op de datum van inwerkingtreding van het desbetreffende besluit niet van toepassing op de dochterondernemingen en filialen die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds in de Republiek Azerbeidzjan gevestigd waren.
HOOFDSTUK III
GRENSOVERSCHRIJDEND DIENSTENVERKEER TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN DE REPUBLIEK AZERBEIDZJAN
Artikel 30
2. De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van lid 1.
Artikel 31
Artikel 32
a. Bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences en die voor de ene of de andere van de partijen bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden.
b. De partijen bevestigen dat zij de vrije concurrentie beschouwen als een fundamentele noodzaak voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen.
2. De partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 1:
a. vanaf het in werking treden van deze Overeenkomst geen bepalingen inzake vrachtverdeling van bilaterale overeenkomsten tussen om het even welke Lid-Staat van de Gemeenschap en de voormalige Sovjet-Unie toe te passen;
b. geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;
c. het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen niet toe te staan;
d. bij het in werking treden van deze Overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer.
3. Onder meer verleent elke partij aan schepen welke door onderdanen of vennootschappen van de andere partij worden geëxploiteerd geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent ten aanzien van de toegang tot voor het internationale handelsverkeer opengestelde havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van de havens evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, douanefaciliteiten en toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.
4. De onderdanen en vennootschappen van de Gemeenschap die voorzien in internationale maritieme vervoersdiensten kunnen onbelemmerd voorzien in de op het internationaal zeevervoer aansluitende diensten op de binnenwateren van de Republiek Azerbeidzjan en vice versa.
Artikel 33
HOOFDSTUK IV
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 34
2. Zij zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van elke partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.
Artikel 35
Artikel 36
Artikel 37
Artikel 38
Artikel 39
2. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of doen naleven door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht of -ontduiking overeenkomstig de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen, of de nationale fiscale wetgeving.
3. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de Lid-Staten of de Republiek Azerbeidzjan om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, vooral met betrekking tot hun woonplaats.
Artikel 40
– aan onderdanen van de Lid-Staten, respectievelijk de Republiek Azerbeidzjan, zich op het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan, respectievelijk de Gemeenschap, te begeven of daar te verblijven in ongeacht welke hoedanigheid en met name als aandeelhouder of partner, beheerder of werknemer van een vennootschap dan wel als verstrekker of ontvanger van diensten;
– aan dochterondernemingen of filialen van Azerbeidzjaanse vennootschappen in de Gemeenschap tot het op het grondgebied van de Gemeenschap in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Republiek Azerbeidzjan;
– aan dochterondernemingen of filialen van communautaire vennootschappen in de Republiek Azerbeidzjan tot het op het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Lid-Staten;
– aan Azerbeidzjaanse vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van Azerbeidzjaanse vennootschappen in de Gemeenschap tot het namens of onder het toezicht van andere personen laten optreden van Azerbeidzjaanse onderdanen door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten;
– aan communautaire vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van communautaire vennootschappen in de Republiek Azerbeidzjan tot het door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten voorzien in arbeidskrachten welke onderdanen van Lid-Staten zijn.
HOOFDSTUK V
BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER
Artikel 41
2. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans worden vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in vennootschappen welke in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan gegarandeerd.
3. De bepalingen van lid 2 vormen geen belemmering voor de Republiek Azerbeidzjan om beperkingen in te stellen op directe buitenlandse investeringen door Azerbeidzjaanse inwoners. Dergelijke beperkingen zijn niet van toepassing op dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap. Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst komen de partijen overeen overleg te voeren over deze beperkingen, waarbij rekening gehouden wordt met alle relevante monetaire, fiscale en financiële overwegingen.
4. Onverminderd leden 2 en 6 worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe beperkingen gesteld op de valutatransacties in het kader van het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende betalingsverrichtingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Republiek Azerbeidzjan, en worden geen meer restrictieve regelingen dan de bestaande vastgesteld.
5. De partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van andere kapitaalverrichtingen dan die bedoeld in lid 2 tussen de Gemeenschap en de Republiek Azerbeidzjan gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.
6. In het kader van dit artikel kan de Republiek Azerbeidzjan, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de munteenheid van de Republiek Azerbeidzjan in de zin van artikel VIII van de Articles of Agreement van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van financieel krediet op korte en middellange termijn toepassen, voor zover dergelijke beperkingen aan de Republiek Azerbeidzjan voor het verlenen van zulk krediet worden opgelegd en op grond van de IMF-status van de Republiek Azerbeidzjan zijn toegestaan. De Republiek Azerbeidzjan past deze beperkingen op niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. De Republiek Azerbeidzjan doet aan de Samenwerkingsraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.
7. Onverminderd leden 1 en 2 kunnen de Gemeenschap en de Republiek Azerbeidzjan in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Azerbeidzjan oorzaak is of dreigt te zijn van ernstige moeilijkheden voor de toepassing van het wisselkoersbeleid of het monetair beleid in de Gemeenschap of in de Republiek Azerbeidzjan, elk voor zich vrijwaringsmaatregelen nemen met betrekking tot het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Azerbeidzjan voor een periode van niet meer dan zes maanden, indien het volstrekt nodig is dergelijke maatregelen te nemen.
HOOFDSTUK VI
BESCHERMING VAN INTELLECTUELE, INDUSTRIËLE EN COMMERCIËLE EIGENDOM
Artikel 42
2. Tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, treedt de Republiek Azerbeidzjan toe tot de multilaterale overeenkomsten betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten bedoeld in punt 1 van bijlage II waarbij de Lid-Staten partij zijn of welke de facto door de Lid-Staten worden toegepast in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten.
Titel V
SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE WETGEVING
Artikel 43
2. De harmonisatie van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douane, vennootschapsrecht, bankrecht, vennootschapsboekhouding en -belasting, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële dienstverlening, concurrentieregels, overheidsopdrachten, bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren en planten, milieu, wetgeving betreffende de exploitatie en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wetgeving en reglementering op nucleair gebied en vervoer.
3. De Gemeenschap verstrekt de Republiek Azerbeidzjan technische bijstand bij de tenuitvoerlegging van deze maatregelen; die bijstand kan met name omvatten:
– de uitwisseling van deskundigen,
– het verstrekken van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving,
– de organisatie van seminars,
– opleidingsactiviteiten,
– steun bij de vertaling van communautaire wetgeving in de desbetreffende sectoren.
4. De partijen zoeken naar methoden om de toepassing van hun respectieve concurrentievoorschriften, voor zover de onderlinge handel erdoor wordt beïnvloed, te coördineren.
Titel VI
ECONOMISCHE SAMENWERKING
Artikel 44
2. De beleidsmaatregelen en andere maatregelen worden ontworpen voor de totstandbrenging van economische en sociale hervormingen, en van herstructurering van het economische systeem in de Republiek Azerbeidzjan, en daarbij wordt uitgegaan van de voorwaarden voor het verkrijgen van duurzame resultaten en een harmonische sociale ontwikkeling en worden ook de milieu-aspecten volledig in de maatregelen geïntegreerd.
3. Met het oog hierop heeft de samenwerking in het bijzonder betrekking op de economische en sociale ontwikkeling, de ontwikkeling van het menselijk potentieel, steun voor vennootschappen (met inbegrip van de privatisering, investeringen en de ontwikkeling van financiële diensten), landbouw en levensmiddelen, energie, vervoer, toerisme, milieubescherming, regionale samenwerking en monetair beleid.
4. Er wordt speciale aandacht besteed aan maatregelen, overeenkomstig de in Azerbeidzjan geldende wetgeving, ter bevordering van de samenwerking tussen de onafhankelijke staten van Transkaukasië en met andere buurlanden met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio.
5. In voorkomend geval kunnen de economische samenwerking en de andere vormen van samenwerking waarin deze Overeenkomst voorziet, worden gesteund door technische bijstand van de Gemeenschap, met inachtneming van de op de technische bijstand in de onafhankelijke Staten betrekking hebbende communautaire Raadsverordening, de in het kader van het indicatieve programma voor de technische bijstand van de Gemeenschap aan de Republiek Azerbeidzjan overeengekomen prioriteiten, en de vastgestelde coördinatie- en tenuitvoerleggingsprocedures.
Artikel 45
Tot dergelijke samenwerking behoren specifieke kwesties die van direct belang zijn voor de bevordering van de handel, zoals:
– het opstellen van beleid inzake de handel en aanverwante zaken, met inbegrip van betalingen, en verrekeningssystemen,
– het opstellen van relevante wetgeving,
– hulp bij de voorbereiding van een eventuele toetreding van Azerbeidzjan tot de WTO.
Artikel 46
– de ontwikkeling van commerciële banden tussen het bedrijfsleven aan beide zijden;
– de deelneming van de Gemeenschap aan de inspanningen van de Republiek Azerbeidzjan om haar industrie te herstructureren;
– de verbetering van de bedrijfsvoering;
– de uitwerking van passende, marktgerichte handelsvoorschriften en -praktijken, en de overdracht van know-how;
– de milieubescherming.
2. De bepalingen van dit artikel laten de tenuitvoerlegging van de op vennootschappen toepasselijke concurrentievoorschriften van de Gemeenschap onverlet.
Artikel 47
Deze samenwerking is onder meer gericht op modernisering en herstructurering van de bouwsector in de Republiek Azerbeidzjan volgens de principes van de markteconomie, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de daarmee verband houdende gezondheids-, veiligheids- en milieu-aspecten.
Artikel 48
2. De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen:
– het door de Lid-Staten en de Republiek Azerbeidzjan sluiten van de passende overeenkomsten voor de bevordering en bescherming van investeringen;
– het door de Lid-Staten en Republiek Azerbeidzjan sluiten van de passende overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing;
– het tot stand brengen van gunstige voorwaarden voor buitenlandse investeringen in de Azerbeidzjaanse economie;
– de vaststelling van degelijke handelswetten en -voorwaarden, en de uitwisseling van informatie over wettelijke en bestuursrechtelijke handelwijzen op investeringsgebied;
– de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden in de vorm van onder andere handelsbeurzen, tentoonstellingen, handelsweken en andere evenementen.
Artikel 49
Artikel 50
2. Daartoe worden via samenwerking in het kader van technische-bijstandsprojecten de volgende doelstellingen nagestreefd:
– de bevordering van nuttige samenwerking met de op deze gebieden gespecialiseerde organisaties en instellingen,
– de bevordering van de toepassing van communautaire technische voorschriften en Europese normen en procedures voor conformiteitsbeoordeling,
– de uitwisseling van praktische en technische informatie met betrekking tot de kwaliteitsbeheersing.
Artikel 51
2. De samenwerking heeft vooral betrekking op:
– de uitwisseling van informatie over de vooruitzichten voor de sectoren mijnbouw en non-ferrometalen;
– de vaststelling van een juridisch kader voor de samenwerking;
– met de handel verband houdende aangelegenheden;
– de vaststelling en tenuitvoerlegging van milieuwetgeving;
– de opleiding;
– de veiligheid in de mijnindustrie.
Artikel 52
2. De samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op:
– de uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie,
– gezamenlijke O & TO-activiteiten,
– opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit ten behoeve van aan beide zijden bij O & TO betrokken wetenschappers, onderzoekers en technici.
De activiteiten welke in het kader van de samenwerking betrekking hebben op onderwijs en/of opleiding, dienen plaats te hebben in overeenstemming met de bepalingen van artikel 53.
De partijen kunnen op basis van wederzijdse instemming kiezen voor andere vormen van samenwerking op wetenschappelijk en technologisch gebied.
3. De samenwerking waarop dit artikel betrekking heeft wordt ten uitvoer gelegd via specifieke regelingen waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de door elke partij vastgestelde procedures en waarin onder andere de passende IER-bepalingen worden opgenomen.
Artikel 53
2. De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende terreinen:
– de modernisering van het hoger onderwijs en de opleidingsstelsels in de Republiek Azerbeidzjan met inbegrip van de systemen voor de certificatie van instellingen voor hoger onderwijs en diploma's in het hoger onderwijs;
– de opleiding van leidinggevend personeel in de openbare en de particuliere sector alsook van hogere ambtenaren op vast te stellen prioritaire terreinen;
– de samenwerking tussen onderwijsinstellingen onderling en tussen onderwijsinstellingen en ondernemingen;
– de mobiliteit van onderwijzend personeel, afgestudeerden, administratief personeel, jonge wetenschappers en onderzoekers, en jongeren in het algemeen;
– de bevordering van het onderwijs op het gebied van Europese studies in de relevante instellingen;
– het aanleren van communautaire talen;
– de postuniversitaire opleiding van conferentietolken;
– de opleiding van journalisten;
– de opleiding van opleiders;
– de uitwisseling van opleidingsmethoden, en het bevorderen van het gebruik van moderne onderwijsprogramma's en technische onderwijsmiddelen.
3. De mogelijke deelneming van een partij aan de respectieve programma's op onderwijs- en opleidingsgebied van de andere partij zou kunnen worden overwogen in overeenstemming met hun respectieve procedures, en er zullen dan eventueel institutionele kaders en samenwerkingsprojecten worden opgezet in aansluiting op de deelneming van de Republiek Azerbeidzjan aan het TEMPUS-programma van de Gemeenschap.
Artikel 54
Artikel 55
2. De samenwerking strekt zich onder meer over de volgende terreinen uit:
– het opstellen en uitwerken van energiebeleid;
– verbetering van het beheer en de regulering van de energiesector in overeenstemming met de eisen van een markteconomie;
– verbetering van de energievoorziening, met inbegrip van de continuïteit van de energievoorziening, op een wijze die uit economisch en milieu-oogpunt verantwoord is;
– de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik en de tenuitvoerlegging van het Protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieu-aspecten;
– de modernisering van de energie-infrastructuur;
– verbetering van de technologieën bij de levering en het eindverbruik van de verschillende vormen van energie;
– het beheer en de technische opleiding in de energiesector;
– vervoer en doorvoer van energiematerialen en -produkten;
– de totstandbrenging van de institutionele, wettelijke, fiscale en andere voorwaarden die nodig zijn om verhoogde handel en investeringen in energie te stimuleren;
– de ontwikkeling van hydro-elektrische en andere duurzame energiebronnen.
3. De partijen wisselen relevante informatie uit over investeringsprojecten in de energiesector, met name betreffende de aanleg en renovatie van olie- en gaspijpleidingen of andere middelen om energieprodukten te vervoeren. Zij werken samen met het oog op een zo efficiënt mogelijke uitvoering van de bepalingen van titel IV en artikel 48, met betrekking tot investeringen in de energiesector.
Artikel 56
2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name:
– daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrekking tot de milieutoestand;
– bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging;
– ecologisch herstel;
– duurzame, doeltreffende en uit milieu-oogpunt doelmatige energieproduktie en -gebruik;
– de ecologische veiligheid van industriële installaties;
– de classificatie en veilige behandeling van chemische produkten;
– verbetering van de kwaliteit van het water;
– beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel;
– onderzoek van de milieu-effecten van de landbouw, bodemerosie en chemische verontreiniging;
– de bescherming en verjonging van bossen;
– de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijkdommen;
– planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;
– toepassing van economische en fiscale instrumenten;
– onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde;
– milieu-opvoeding en -bewustmaking;
– technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroorzaakte gezondheids- en sociale problemen;
– tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband.
3. De samenwerking vindt met name plaats via:
– opstelling van plannen voor rampen en andere noodsituaties;
– uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieu-oogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën;
– gezamenlijke onderzoeksactiviteiten;
– aanpassing van wetgeving aan communautaire normen;
– opleiding op milieugebied en institutionele versterking;
– samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieu-agentschap en op internationaal niveau;
– ontwikkeling van strategieën, vooral in verband met wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwikkeling;
– milieu-effectstudies;
– ecologisch toezicht.
Artikel 57
De samenwerking beoogt onder meer de herstructurering en modernisering van de vervoersystemen en -netwerken in de Republiek Azerbeidzjan en de ontwikkeling en verzekering, in voorkomend geval, van de compatibiliteit van de vervoersystemen in het kader van de verwezenlijking van een meer geïntegreerd vervoerstelsel. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de traditionele communicatieverbindingen tussen de onafhankelijke Staten van Transkaukasië en met andere buurlanden.
De samenwerking omvat onder meer:
– de modernisering van het beheer en de exploitatie van het wegvervoer, de spoorwegen, havens en luchthavens;
– de modernisering en ontwikkeling van de spoorweg-, waterweg-, weg-, haven-, luchthaven- en luchtvaartinfrastructuur, inclusief de modernisering van de belangrijkste verbindingen van gemeenschappelijk belang en de transeuropese verbindingen voor voornoemde vervoertakken, met name die welke verband houden met het TRACECA-project; opleiding op bovengenoemde terreinen;
– de bevordering en ontwikkeling van het multimodale vervoer;
– de bevordering van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's;
– de totstandbrenging van het wettelijk en institutioneel kader voor beleidsontwikkeling en -uitvoering, inclusief privatisering van de vervoersector.
Artikel 58
– de uitstippeling van strategieën en richtsnoeren voor de ontwikkeling van de sector telecommunicatie en de post;
– de ontwikkeling van de beginselen van een tariefbeleid en marketing op het gebied van telecommunicatie en post;
– de overdracht van technologie en know-how, ook op het terrein van Europese technische normen en certificatiesystemen;
– de bevordering van de ontwikkeling van projecten voor telecommunicatie en post en het aantrekken van investeringen;
– verhoging van de efficiëntie en kwaliteit van telecommunicatie en post, onder meer via de liberalisatie van de activiteiten in subsectoren;
– de geavanceerde toepassing van telecommunicatie, met name op het gebied van de elektronische overdracht van kapitaal;
– beheer van telecommunicatienetwerken en hun „optimalisering";
– een passende regelgevingsbasis voor de verstrekking van telecommunicatie- en postdiensten en voor het gebruik van een radiofrequentiespectrum;
– opleiding op het gebied van telecommunicatie en post met het oog op exploitatie onder marktvoorwaarden.
Artikel 59
– de ontwikkeling van een modern systeem van particuliere en met name commerciële dienstverlening op bancair en financieel gebied, de ontwikkeling van een gemeenschappelijke markt van kredietmiddelen, het betrekken van de Republiek Azerbeidzjan bij een algemeen erkend onderling verrekeningssysteem;
– de ontwikkeling van een belastingstelsel en de bijbehorende instellingen in de Republiek Azerbeidzjan, de uitwisseling van ervaringen, en personeelsopleiding;
– de ontwikkeling van het verzekeringswezen, hetgeen onder meer een gunstig kader zal vormen voor de deelneming van communautaire maatschappijen aan de totstandbrenging van joint ventures in de verzekeringssector in de Republiek Azerbeidzjan alsmede de ontwikkeling van de exportkredietverzekering.
Deze samenwerking draagt met name bij tot de bevordering van het aanknopen van betrekkingen tussen de Republiek Azerbeidzjan en de Lid-Staten in de sector financiële dienstverlening.
Artikel 60
Technische bijstand is onder andere gericht op:
– de ontwikkeling van een institutionele basis binnen de regering van Azerbeidzjan met het oog op omschrijving en beheer van het privatiseringsproces;
– het opzetten van een databank van ondernemingen;
– de commerciële bedrijfsvoering van ondernemingen;
– de ontwikkeling van een systeem van grootschalige privatisering, met het oog op de overdracht van eigendom aan de bevolking, op basis van een vouchersysteem;
– de ontwikkeling van een systeem voor de registratie van aandelenbezit;
– de ontwikkeling van een systeem voor de verkoop door middel van aanbestedingen van bepaalde ondernemingen die ongeschikt worden geacht voor deelname aan het grootschalige privatiseringsprogramma;
– de herstructurering van ondernemingen die nog niet gereed zijn voor privatisering;
– de ontwikkeling van particuliere ondernemingen, met name in het midden- en kleinbedrijf.
Doel van deze samenwerking is bij te dragen aan de wederopleving van de economie van Azerbeidzjan, het bevorderen van buitenlandse investeringen, en het ontwikkelen van betrekkingen tussen Azerbeidzjan en de Lid-Staten.
Artikel 61
2. Daartoe stimuleren zij de uitwisseling door de nationale, regionale en plaatselijke overheden van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Azerbeidzjan van informatie over beleid inzake regionale planning en planning van het landgebruik en over methoden voor het uitstippelen van regionaal beleid met speciale aandacht voor de ontwikkeling van probleemgebieden.
Zij moedigen tevens directe contacten aan tussen bovengenoemde autoriteiten en tussen de regionale en openbare organisaties die verantwoordelijk zijn voor de planning van de regionale ontwikkeling ten einde onder meer methoden en wijzen van stimulering van regionale ontwikkeling uit te wisselen.
Artikel 62
De samenwerking omvat met name:
– vorming en opleiding op het gebied van gezondheids- en veiligheidszaken waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan de sectoren van bedrijvigheid met grote risico's;
– de ontwikkeling en bevordering van preventieve maatregelen ter bestrijding van beroepsziekten en andere met het beroep samenhangende aandoeningen;
– de voorkoming van risico's van het zich voordoen van ernstige ongevallen en het beheer van giftige chemische stoffen;
– onderzoek ter ontwikkeling van fundamentele kennis omtrent de werkomgeving en de gezondheid en veiligheid van werknemers.
2. Op het gebied van de werkgelegenheid omvat de samenwerking met name technische bijstand met het oog op:
– optimalisering van de arbeidsmarkt;
– modernisering van de arbeidsbemiddelings- en adviseringsdiensten;
– planning en beheer van de herstructureringsprogramma's;
– stimulering van de ontwikkeling van lokale werkgelegenheid;
– uitwisseling van informatie over programma's inzake een flexibele arbeid, inclusief programma's die het oprichten van eigen ondernemingen en het ondernemerschap bevorderen.
3. Partijen besteden bijzondere aandacht aan samenwerking op het gebied van de sociale bescherming die onder meer samenwerking bij het plannen en ten uitvoer leggen van hervormingen van de sociale bescherming in de Republiek Azerbeidzjan omvat.
Deze hervormingen beogen de ontwikkeling in de Republiek Azerbeidzjan van aan markteconomieën inherente beschermingsmethoden en omvatten alle terreinen van de sociale bescherming.
Artikel 63
– bevordering van het toerisme;
– bevordering van de informatiestroom;
– overdracht van know-how;
– bestudering van de mogelijkheden voor gezamenlijke acties;
– samenwerking tussen officiële vreemdelingenverkeersorganen;
– opleiding voor de ontwikkeling van het toerisme.
Artikel 64
2. De samenwerking omvat technische bijstand, met name op de volgende terreinen:
– de ontwikkeling van een wettelijk kader voor het midden- en kleinbedrijf;
– de ontwikkeling van een passende infrastructuur (een bureau ter ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf, communicatie, bijstand voor de oprichting van een fonds voor het midden- en kleinbedrijf);
– de ontwikkeling van technologieparken;
– opleiding op het terrein van marketing, boekhouding en de kwaliteitscontrole van produkten.
Artikel 65
Artikel 66
Artikel 67
2. De samenwerking omvat in het bijzonder de volgende elementen:
– uitwisseling van informatie;
– verbetering van de werkmethoden;
– invoering van een gecombineerde nomenclatuur en het enig administratief document;
– het op elkaar aansluiten van de doorvoersystemen van de Gemeenschap en de Republiek Azerbeidzjan;
– vereenvoudiging van controles op en formaliteiten bij het goederenvervoer;
– steun bij de invoering van moderne douane-informatiesystemen;
– de organisatie van studiebijeenkomsten en opleidingsperioden.
Waar nodig wordt technische bijstand verstrekt.
3. Onverminderd de verdere in deze Overeenkomst en met name in de artikelen 72 en 74 overeengekomen samenwerking vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken van partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van het aan deze Overeenkomst gehechte protocol.
Artikel 68
Partijen werken met name op de volgende terreinen samen:
– aanpassing van het statistisch systeem van Azerbeidzjan aan internationale methoden, normen en classificaties;
– uitwisseling van statistische gegevens;
– het leveren van de nodige statistische macro- en micro-economische gegevens om economische hervormingen uit te voeren en te beheren.
De bijdrage van de Gemeenschap om dit doel te verwezenlijken, bestaat in het leveren van technische bijstand aan de Republiek Azerbeidzjan.
Artikel 69
– de Republiek Azerbeidzjan bij te staan in haar economisch hervormingsproces door het verstrekken van deskundige en technische adviezen,
– samenwerking tussen economen aan te moedigen ten einde de overdracht van know-how voor de uitstippeling van economisch beleid te bespoedigen en te zorgen voor ruime verspreiding van onderzoek dat voor het beleid van belang kan zijn.
Artikel 70
Hiertoe behoren technische bijstand voor het opstellen en toepassen van het monetair en kredietbeleid van Azerbeidzjan, volledig gecoördineerd met de internationale financiële instellingen, voor de opleiding van personeel, en voor de ontwikkeling van de financiële markten, inclusief de beurs. Deze bijstand zal tevens een informele gedachtenwisseling over de beginselen en de werking van het Europees Monetair Stelsel en de EG-bepalingen inzake financiële markten en kapitaalverkeer omvatten.
TITEL VII
SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DEMOCRATIE EN MENSENRECHTEN
Artikel 71
Deze samenwerking krijgt gestalte in programma's voor technische bijstand onder meer op het gebied van het opstellen van relevante wet- en regelgeving; de uitvoering van deze wetgeving; het functioneren van het gerecht; de rol van de Staat op juridisch gebied; de werking van het kiesstelsel. Zo nodig valt ook opleiding hieronder. De partijen bevorderen contacten en uitwisselingen tussen hun nationale, regionale en gerechtelijke autoriteiten, parlementsleden, en non-gouvernementele organisaties.
TITEL VIII
SAMENWERKING BIJ DE PREVENTIE VAN ILLEGALE ACTIVITEITEN EN DE PREVENTIE VAN EN CONTROLE OP ILLEGALE IMMIGRATIE
Artikel 72
– illegale activiteiten in de economische sfeer, inclusief corruptie;
– illegale transacties betreffende diverse goederen, inclusief industrie-afval;
– namaak.
Samenwerking op bovengenoemde terreinen is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe interactie. Technische en administratieve bijstand kan worden verstrekt, onder meer op de volgende terreinen:
– het opstellen van nationale wetgeving in de sfeer van preventie van illegale activiteiten;
– het opzetten van informatiecentra;
– het vergroten van de efficiëntie van instellingen die werkzaam zijn op het gebied van de preventie van illegale activiteiten;
– het opleiden van personeel en het ontwikkeling1)[Red: Lees: ontwikkelen.] van onderzoeksinfrastructuur;
– het uitwerken van wederzijds aanvaardbare maatregelen om illegale activiteiten te verhinderen.
Artikel 73
2. De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan de in deze door de Gemeenschap en internationale fora, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF), vastgestelde normen.
Artikel 74
Artikel 75
– zal de Republiek Azerbeidzjan haar onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van een Lid-Staat op verzoek van deze Lid-Staat en zonder verdere formaliteiten opnieuw opnemen;
– zal elke Lid-Staat zijn onderdanen, zoals gedefinieerd voor communautaire doeleinden, die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan op verzoek van Azerbeidzjan en zonder verdere formaliteiten opnieuw opnemen.
Hiertoe zullen de Lid-Staten en de Republiek Azerbeidzjan hun onderdanen van passende identiteitsdocumenten voorzien.
2. De Republiek Azerbeidzjan komt overeen bilaterale overeenkomsten te sluiten met Lid-Staten die daarom verzoeken, waarbij specifieke verplichtingen worden geregeld voor wederopname, inclusief een verplichting voor de wederopname van onderdanen van andere landen en statenloze personen die vanuit de Republiek Azerbeidzjan op het grondgebied van een dergelijke Lid-Staat zijn aangekomen, of vanuit een dergelijke Lid-Staat op het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan zijn aangekomen.
3. De Samenwerkingsraad onderzoekt welke gezamenlijke inspanningen gedaan kunnen worden voor de preventie van en de controle op illegale immigratie.
TITEL IX
CULTURELE SAMENWERKING
Artikel 76
Tot de samenwerking kunnen behoren:
– het uitwisselen van informatie en ervaring in de sfeer van bescherming en onderhoud van monumenten en historische lokaties (architectonisch erfgoed),
– culturele uitwisselingen tussen instellingen, kunstenaars en andere mensen die werkzaam zijn op het gebied van de kunst.
TITEL X
FINANCIËLE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN TECHNISCHE BIJSTAND
Artikel 77
Artikel 78
Artikel 79
Artikel 80
TITEL XI
INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 81
Artikel 82
2. De Samenwerkingsraad stelt zijn eigen procedurevoorschriften vast.
3. De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en door een lid van de regering van de Republiek Azerbeidzjan.
Artikel 83
2. De Samenwerkingsraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Samenwerkingscomité delegeren dat voor continuïteit zal zorgen tussen de vergaderingen van de Samenwerkingsraad.
Artikel 84
Artikel 85
Artikel 86
Artikel 87
2. Het Parlementaire Samenwerkingscomité stelt zijn eigen procedurevoorschriften vast.
3. Het Parlementaire Samenwerkingscomité wordt bij toerbeurt door het Europees Parlement en door het Parlement van de Republiek Azerbeidzjan voorgezeten, volgens de in zijn procedurevoorschriften op te nemen bepalingen.
Artikel 88
Het Parlementaire Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.
Het Parlementaire Samenwerkingscomité mag aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.
Artikel 89
2. Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zetten beide partijen zich in om:
– arbitrage aan te moedigen bij geschillen die voortkomen uit handels- en samenwerkingstransacties tussen economische subjecten van de Gemeenschap en de Republiek Azerbeidzjan;
– overeen te komen dat wanneer een geschil ter arbitrage wordt voorgelegd elke partij bij het geschil, behalve wanneer de regels van de arbitrage-instantie die door beide partijen is gekozen anders bepalen, haar eigen arbiter kiest, ongeacht diens nationaliteit en dat de voorzittende derde arbiter of de enige arbiter een ingezetene van een derde Staat mag zijn;
– hun economische subjecten aan te bevelen in onderling overleg de wetgeving te kiezen die van toepassing is op hun contracten;
– aan te moedigen dat een beroep wordt gedaan op de arbitragevoorschriften die zijn uitgewerkt door de Commissie van de Verenigde Naties inzake Internationaal Handelsrecht (Uncitral) en arbitrage door een andere instantie of staat die het verdrag hebben ondertekend over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale uitspraken dat op 10 juni 1958 in New York werd gesloten.
Artikel 90
a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;
b. die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor verdedigingsdoeleinden, mits dergelijke maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de handhaving van recht en orde in gevaar brengen in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen, die zij voor de instandhouding van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan;
d. die zij nodig acht om haar internationale verplichtingen en verbintenissen na te komen met betrekking tot de controle op het tweeledig gebruik van industriële goederen en technologieën.
Artikel 91
– de regelingen die Azerbeidzjan ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun bedrijven of firma's;
– de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Azerbeidzjan toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen van Azerbeidzjan dan wel bedrijven of firma's uit de Republiek Azerbeidzjan.
2. Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de Overeenkomstsluitende Partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtingen, die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun vaste woonplaats.
Artikel 92
2. De Samenwerkingsraad kan het geschil bij aanbeveling beslechten.
3. Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, mag elk van beide partijen de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen; de andere partij moet dan binnen twee maanden een tweede bemiddelaar benoemen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en haar Lid-Staten geacht één der beide partijen bij het geschil te zijn.
De Samenwerkingsraad benoemt een derde bemiddelaar.
De aanbevelingen van de bemiddelaars worden met meerderheid van stemmen genomen. Dergelijke aanbevelingen zijn niet bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen.
4. De Samenwerkingsraad kan procedureregels opstellen voor geschillenbeslechting.
Artikel 93
De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onverminderd de artikelen 14, 92 en 98.
Artikel 94
Artikel 95
Artikel 96
Artikel 97
Artikel 98
2. Indien een van beide partijen van mening is dat de andere partij een verplichting krachtens deze Overeenkomst niet is nagekomen, mag zij passende maatregelen treffen. Alvorens zulks te doen, verstrekt deze partij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Samenwerkingsraad alle ter zake doende gegevens die nodig zijn voor een grondig onderzoek van de situatie om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij de keuze van deze maatregelen moet voorrang worden gegeven aan die welke de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Samenwerkingsraad gebracht, die daaromtrent overleg moet plegen indien de andere partij zulks verlangt.
Artikel 99
Artikel 100
Artikel 101
Artikel 102
Artikel 103
Artikel 104
De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de partijen de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.
Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst, wat de betrekkingen tussen de Republiek Azerbeidzjan en de Gemeenschap betreft, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.
Artikel 105
Artikel 1
– een passend kader voor de politieke dialoog tussen de partijen tot stand te brengen met het oog op de ontwikkeling van politieke betrekkingen;
– de inspanningen van de Republiek Azerbeidzjan om haar democratie te consolideren, haar economie te ontwikkelen en de overgang naar een markteconomie te voltooien, te ondersteunen;
– handel en investeringen en harmonische economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en aldus hun duurzame economische ontwikkeling te stimuleren;
– de grondslag te leggen voor samenwerking op het gebied van wetgeving en voor economische, sociale, financiële, civiele wetenschappelijke, technologische en culturele samenwerking.