ECLI:NL:HR:2025:648
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01665 Datum 22 april 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2023, nummer 21-004263-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J.J.E. Stassen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat sprake is van wederspannigheid als bedoeld in de artikelen 180 en 182 van het Wetboek van Strafrecht. 2.2 De bewezenverklaring en de door het hof gebruikte bewijsvoering zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2, 2.3 en 3.4. 2.3 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/01663, ECLI:NL:HR:2025:646. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025 .