ECLI:NL:RBAMS:2015:2145
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 3599592 CV EXPL 14-32055
vonnis van: 16 maart 2015
fno.: 560
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
[curator], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Tetra-E Solutions B.V.
gevestigd te Amsterdam
eiser
nader te noemen: de curator
gemachtigde: mr. J.M.J. van der Grinten
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EWIC B.V.
gevestigd te Amsterdam
gedaagde
nader te noemen: Ewic
gemachtigde: mr. A.J. de Hamer
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de dagvaarding van 10 november 2014;
- incidentele vordering van Ewic tot voeging, met producties;
- antwoord in het incident;
- dagbepaling vonnis in het incident.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In het incident
Ewic vordert om deze procedure ex artikel 222 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te voegen met de procedure tussen de curator en Femtogrid Energy Solutions B.V. (kenmerk: CV 14-32053).
Ewic heeft daartoe gesteld dat beide procedures aan elkaar zijn verknocht, omdat zij nagenoeg identiek zijn. Het gaat om hetzelfde feitencomplex en dezelfde juridische geschilpunten. Ewic verwijst naar de beider dagvaardingen. Daarnaast is om proceseconomische redenen voeging geïndiceerd, omdat alsdan slechts één conclusie van antwoord hoeft te worden opgesteld en er kan worden volstaan met één mondelinge behandeling, aldus Ewic.
De curator heeft zich tegen voeging verzet. Volgens de curator zijn de zaken niet aanhangig bij dezelfde rechter omdat kantonrechters op grond van artikel 47 Wet op de Rechterlijke Organisatie separate enkelvoudige kamers zijn. Reeds hierom dient de voeging te worden afgewezen. Voorts zijn de zaken volgens de curator niet voldoende verknocht om deze op grond van artikel 222 Rv te voegen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De andere procedure is in behandeling bij een andere kantonrechter. De curator heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat, nu beide procedures niet bij dezelfde kantonrechter aanhangig zijn, voeging niet mogelijk is. Op grond van artikel 47 Wet op de Rechterlijke Organisatie is iedere kantonrechter immers een aparte kamer. Als beide zaken bij andere kantonrechters in behandeling zijn, is er geen sprake van “dezelfde rechter” en de vordering dient reeds hierom te worden afgewezen. Nu geen verwijzing is gevorderd, kan daarop niet worden beslist.
Ewic wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.
BESLISSING
De kantonrechter:
in het incident
wijst de vordering af;
veroordeelt Ewic in de proceskosten, aan de zijde van de curator tot op heden begroot op € 75,00, voor zover van toepassing, inclusief btw;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rolzitting van maandag 13 april 2015 om 10.00 uur voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van Ewic en bepaalt dat daarvoor geen verder uitstel meer zal worden verleend;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.