BWBR0001827 Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 219a Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering — artikel 219a
1. De rechter houdt de zaak aan zolang degene die vordert zich te mogen voegen of te mogen tussenkomen het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zakennog loopt.
2. Heeft degene die de vordering instelt, het griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter hem niet ontvankelijk in de vordering. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij degene die de vordering heeft ingesteld in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
3. Artikel 127a, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Heeft degene die de vordering instelt, het griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter hem niet ontvankelijk in de vordering. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij degene die de vordering heeft ingesteld in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
3. Artikel 127a, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 219a Rv
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001827
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl