BWBR0001830
Geldig vanaf 2021-03-17
Artikel 67
Wet op de rechterlijke organisatie
1. Het bestuur van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vormt een meervoudige kamer die is belast met het behandelen en beslissen van zaken in beroep als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/6:6:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 6:6:15</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/6:6:23f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6:6:23f</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/6:6:37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6:6:37 van het Wetboek van Strafvordering</a>. Het bestuur bepaalt de bezetting van deze kamer.
2. Deze kamer is voorts belast met de hem opgedragen taken in <a href="/wet/BWBR0004028/artikel/43b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 43b van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen</a>en de <a href="/wet/BWBR0031814/artikel/2:11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 2:11, derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0031814/artikel/2:27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">2:27, vierde lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties</a>. Deze kamer is tevens belast met het geven van de last, bedoeld in artikel 37a, zesde en zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht.
3. Deze kamer wordt voor de beslissing in zaken in beroep als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/6:6:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 6:6:15</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/6:6:37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6:6:37, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>aangevuld met twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. In de overige zaken kan de voorzitter van de kamer deze leden toevoegen. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12en 13 tot en met 13gvan deze wet en de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46ca" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46ca</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46f</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46j" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46j</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46o</a>en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 46j onderscheidenlijk artikel 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht. Tevens zijn de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 44, eerste, vierde tot en met achtste en tiende lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/44a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">44a, eerste tot en met achtste en tiende lid, van deze wet</a>op hen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuur van het gerecht wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit, zij voor de overeenkomstige toepassing van artikel 44, eerste en zevende lid, worden gelijkgesteld met plaatsvervangers in hetzelfde gerecht, en de president van het gerecht ten aanzien van hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 44, zesde lid, uitoefent.
4. De deskundige leden worden bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van vijf jaar. Er kunnen ook plaatsvervangers worden benoemd. Zij worden op eigen verzoek bij koninklijk besluit ontslagen.
5. De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlagebij deze wet. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over hun beëdiging.
6. Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin een deskundig lid of een plaatsvervangend lid van de penitentiaire kamer de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.
7. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.
2. Deze kamer is voorts belast met de hem opgedragen taken in <a href="/wet/BWBR0004028/artikel/43b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 43b van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen</a>en de <a href="/wet/BWBR0031814/artikel/2:11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 2:11, derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0031814/artikel/2:27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">2:27, vierde lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties</a>. Deze kamer is tevens belast met het geven van de last, bedoeld in artikel 37a, zesde en zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht.
3. Deze kamer wordt voor de beslissing in zaken in beroep als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/6:6:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 6:6:15</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/6:6:37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6:6:37, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>aangevuld met twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. In de overige zaken kan de voorzitter van de kamer deze leden toevoegen. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12en 13 tot en met 13gvan deze wet en de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46ca" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46ca</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46f</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46j" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46j</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46o</a>en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 46j onderscheidenlijk artikel 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht. Tevens zijn de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 44, eerste, vierde tot en met achtste en tiende lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/44a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">44a, eerste tot en met achtste en tiende lid, van deze wet</a>op hen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuur van het gerecht wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit, zij voor de overeenkomstige toepassing van artikel 44, eerste en zevende lid, worden gelijkgesteld met plaatsvervangers in hetzelfde gerecht, en de president van het gerecht ten aanzien van hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 44, zesde lid, uitoefent.
4. De deskundige leden worden bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van vijf jaar. Er kunnen ook plaatsvervangers worden benoemd. Zij worden op eigen verzoek bij koninklijk besluit ontslagen.
5. De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlagebij deze wet. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over hun beëdiging.
6. Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin een deskundig lid of een plaatsvervangend lid van de penitentiaire kamer de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.
7. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.