BWBR0001855
Geldig vanaf 1886-09-01
Artikel 38
Invoeringswet Wetboek van Strafrecht
In de gevallen in de artt. 32-37bedoeld is de rechter bevoegd, ontzetting uit te spreken van de in art. 28, n°. 1, 2, 3 en 4 van het Wetboek van Strafrechtvermelde rechten, benevens van voogdij en curateele over eigen kinderen, voor den duur in artikel 31 van dat Wetboekaangewezen.