1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
Met het opsporen van de overtredingen van deze wet zijn, behalve de bij artikel 141 van het Wetboek van Strafvorderingaangewezen personen, belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid en die van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.
1. De opsporingsambtenaren zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.
2. Zij hebben, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is toegang:
a. tot de vervoermiddelen met inbegrip van woongedeelten, waarvan hun bekend is of redelijkerwijze door hen kan worden vermoed, dat daarmede absint wordt ingevoerd of vervoerd;
b. tot de plaatsen, waar een overtreding van deze wet gepleegd wordt, of waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat zoodanige overtreding gepleegd wordt.
2. Indien tijdens het plegen van het feit nog geen twee jaren zijn verloopen sedert een vroegere veroordeeling van den schuldige wegens overtreding van genoemd artikel onherroepelijk is geworden of de opgelegde geldboete is betaald, wordt de overtreding, onverminderd de verbeurdverklaring van het absint, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
Deze wet kan worden aangehaald onder den titel "Absintwet", doch met bijvoeging van het jaar en het nummer van het Staatsblad, waarin de wet is geplaatst.