BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 570
Wetboek van Strafvordering
1. De in de volgende artikelen genoemde bevoegdheden kunnen ook door de daartoe aangewezen hulpofficier van justitie worden uitgeoefend:
a. artikel 116, derde en vierde lid;
b. artikel 126nb;
c. artikel 126nd, met uitzondering van het zesde lid;
d. artikel 126ne, met uitzondering van het derde lid;
e. artikel 126ub;
f. artikel 126ud;
g. artikel 126ue, met uitzondering van het derde lid;
h. artikel 126zj;
i. artikel 126zl; en
j. artikel 126zm, met uitzondering van het derde lid.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aanwijzing van een hulpofficier van justitie.
a. artikel 116, derde en vierde lid;
b. artikel 126nb;
c. artikel 126nd, met uitzondering van het zesde lid;
d. artikel 126ne, met uitzondering van het derde lid;
e. artikel 126ub;
f. artikel 126ud;
g. artikel 126ue, met uitzondering van het derde lid;
h. artikel 126zj;
i. artikel 126zl; en
j. artikel 126zm, met uitzondering van het derde lid.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aanwijzing van een hulpofficier van justitie.