BWBR0001948
Geldig vanaf 1932-10-01
Artikel 40
Wegenwet
1. In andere gevallen, dan de in het vorig artikel bedoelde, wordt de legger door Gedeputeerde Staten gewijzigd met inachtneming van het bepaalde in artikel 41.
2. Tot afvoering van een weg van den legger en tot wijziging van hetgeen de legger ter voldoening aan het onder III, IV, V, VII, VIII, IX of X van artikel 30bepaalde reeds inhoudt, wordt door hen slechts overgegaan op grond dat een weg heeft opgehouden openbaar te zijn krachtens het bepaalde onder I van artikel 7, dat de verplichting om een weg of duiker te onderhouden krachtens het bepaalde in artikel 23, of die om tot het onderhoud van een weg bij te dragen krachtens het bepaalde in artikel 24is te niet gegaan of in het algemeen, op grond van een feit, dat na de vaststelling van hetgeen gewijzigd wordt, heeft plaats gehad, of eindelijk naar aanleiding van een gewijsde, als bedoeld in paragraaf 4 van dit hoofdstuk, dat eene verdere wijziging van den legger noodig maakt.
2. Tot afvoering van een weg van den legger en tot wijziging van hetgeen de legger ter voldoening aan het onder III, IV, V, VII, VIII, IX of X van artikel 30bepaalde reeds inhoudt, wordt door hen slechts overgegaan op grond dat een weg heeft opgehouden openbaar te zijn krachtens het bepaalde onder I van artikel 7, dat de verplichting om een weg of duiker te onderhouden krachtens het bepaalde in artikel 23, of die om tot het onderhoud van een weg bij te dragen krachtens het bepaalde in artikel 24is te niet gegaan of in het algemeen, op grond van een feit, dat na de vaststelling van hetgeen gewijzigd wordt, heeft plaats gehad, of eindelijk naar aanleiding van een gewijsde, als bedoeld in paragraaf 4 van dit hoofdstuk, dat eene verdere wijziging van den legger noodig maakt.