BWBR0001995
Geldig vanaf 1939-07-01
Artikel 13
Wet medewerking verdedigingsvoorbereiding
1. Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, daartoe aangewezen door een van Onze Ministers, belast met de uitvoering van deze wet. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179tot en met 182en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3. De artikelen 5:13, 5:15, 5.16, 5:17en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren.
4. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd bij het opsporen van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3. De artikelen 5:13, 5:15, 5.16, 5:17en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren.
4. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd bij het opsporen van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.