BWBR0002032
Geldig vanaf 2008-01-24
Artikel 25a
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
1. Indien de Raad vier weken voor het verstrijken van de verlengde termijn, bedoeld in artikel 25, derde lid, onvoldoende gegevens aanwezig acht om tot een beoordeling van de aanvrage te komen en dientengevolge niet in staat is een beschikking te geven, stelt hij de aanvrager gedurende die vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
2. Artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrechtis op het horen van toepassing.
3. Indien de aanvrager zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, wordt een verslag gemaakt.
2. Artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrechtis op het horen van toepassing.
3. Indien de aanvrager zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, wordt een verslag gemaakt.