BWBR0002040
Geldig vanaf 19-05-1948
Artikel 18
Wet overgang bijzondere rechtspleging
1. De op 1 Januari 1948 bij de tribunalen aanhangige zaken - daaronder begrepen de zaken, waarin het fiat-executie nog niet is verleend, en die, waarin een bevel, als bedoeld in artikel 3a van het Tribunaalbesluit, is gegeven - worden op de wijze, door de Minister van Justitie te regelen, overgebracht bij een door de procureur-fiscaal aan te wijzen kantongerecht, dat krachtens artikel 17, tweede lid, tot kennisneming van tribunaalzaken bevoegd is.
2. De stukken betreffende zaken, die op 1 Januari 1948 nog niet in behandeling zijn genomen, worden aan de procureur-fiscaal teruggezonden.
3. De overbrenging van de bescheiden van de tribunalen wordt door de Minister van Justitie nader geregeld.
2. De stukken betreffende zaken, die op 1 Januari 1948 nog niet in behandeling zijn genomen, worden aan de procureur-fiscaal teruggezonden.
3. De overbrenging van de bescheiden van de tribunalen wordt door de Minister van Justitie nader geregeld.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002040
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl