BWBR0002126
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 15
Coördinatiewet Sociale Verzekering
1. Indien een werkgever een voorschotpremie of een vastgestelde premie niet of niet geheel binnen de daarvoor gestelde termijn betaalt, maant het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem schriftelijk aan om alsnog te betalen.
2. Indien de werkgever na de aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering van de premie, de aanmaningskosten en de in artikel 14bedoelde interest geschieden bij een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uit te vaardigen dwangbevel.
3. Verschillende vorderingen tegen dezelfde werkgever kunnen in hetzelfde dwangbevel worden opgenomen.
4. De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wetmet toepassing van de artikelen 13en 14 van die wet.
5. Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990, alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet.
6. De ontvanger kan zolang hij met de zorg voor de invordering is belast onder door hem in overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen voorwaarden aan de werkgever uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel wordt de dwanginvordering geschorst. Het uitstel kan tussentijds schriftelijk worden beëindigd.
7. Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het vierde lid, die is vermeld op het dwangbevel.
8. De kosten van aanmaning en van verdere vervolging worden berekend op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen( Stb.1969, 83). Het recht van invordering bij dwangbevel strekt zich uit tot deze kosten.
9. De toerekening van de betalingen geschiedt achtereenvolgens aan:
a. de kosten van vervolging;
b. de kosten van de in het eerste lid bedoelde aanmaning;
c. de interest, bedoeld in artikel 14;
d. de premie.
2. Indien de werkgever na de aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering van de premie, de aanmaningskosten en de in artikel 14bedoelde interest geschieden bij een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uit te vaardigen dwangbevel.
3. Verschillende vorderingen tegen dezelfde werkgever kunnen in hetzelfde dwangbevel worden opgenomen.
4. De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wetmet toepassing van de artikelen 13en 14 van die wet.
5. Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990, alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet.
6. De ontvanger kan zolang hij met de zorg voor de invordering is belast onder door hem in overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen voorwaarden aan de werkgever uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel wordt de dwanginvordering geschorst. Het uitstel kan tussentijds schriftelijk worden beëindigd.
7. Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het vierde lid, die is vermeld op het dwangbevel.
8. De kosten van aanmaning en van verdere vervolging worden berekend op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen( Stb.1969, 83). Het recht van invordering bij dwangbevel strekt zich uit tot deze kosten.
9. De toerekening van de betalingen geschiedt achtereenvolgens aan:
a. de kosten van vervolging;
b. de kosten van de in het eerste lid bedoelde aanmaning;
c. de interest, bedoeld in artikel 14;
d. de premie.