BWBR0002168
Geldig vanaf 01-07-1955
Artikel 2
Instellingsbesluit Bedrijfschap Groothandel en Tussenpersonen in Groenten en Fruit
1. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin wordt uitgeoefend de groothandel of het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon in verse groenten en vers fruit, al dan niet tezamen met
a. de groothandel of het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon in binnenslands verduurzaamde groenten, binnenslands verduurzaamd fruit, vijgen of dadels, of
b. het bedrijf van het sorteren van verse groenten en vers fruit.
2. Dit besluit verstaat onder:
groothandel: het bedrijf van het kopen van producten en het verkopen daarvan aan wederverkopers of - tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren - aan instellingen of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden;
het bedrijf van tussenpersoon: het bedrijf van het op naam van anderen sluiten van koop- en verkoopovereenkomsten, of van het, anders dan door het houden van veilingen, bemiddelen bij het tot stand komen van koop- en verkoopovereenkomsten;
wet: de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22, sedert gewijzigd).
3. Dit besluit verstaat onder verse groenten mede groen geoogste landbouwpeulvruchten, uien en eetbare zwammen.
4. Voor de toepassing van dit besluit worden zuurkool, gezouten bonen en gezouten andijvie niet onder binnenslands verduurzaamde groenten doch onder verse groenten begrepen.
5. Dit besluit verstaat onder groothandel niet de aanvoer-, transito- en driehoekshandel en onder het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon niet het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon op het terrein van laatstbedoelde vormen van handel.
a. de groothandel of het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon in binnenslands verduurzaamde groenten, binnenslands verduurzaamd fruit, vijgen of dadels, of
b. het bedrijf van het sorteren van verse groenten en vers fruit.
2. Dit besluit verstaat onder:
groothandel: het bedrijf van het kopen van producten en het verkopen daarvan aan wederverkopers of - tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren - aan instellingen of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden;
het bedrijf van tussenpersoon: het bedrijf van het op naam van anderen sluiten van koop- en verkoopovereenkomsten, of van het, anders dan door het houden van veilingen, bemiddelen bij het tot stand komen van koop- en verkoopovereenkomsten;
wet: de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22, sedert gewijzigd).
3. Dit besluit verstaat onder verse groenten mede groen geoogste landbouwpeulvruchten, uien en eetbare zwammen.
4. Voor de toepassing van dit besluit worden zuurkool, gezouten bonen en gezouten andijvie niet onder binnenslands verduurzaamde groenten doch onder verse groenten begrepen.
5. Dit besluit verstaat onder groothandel niet de aanvoer-, transito- en driehoekshandel en onder het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon niet het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon op het terrein van laatstbedoelde vormen van handel.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002168
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl