BWBR0002212
Geldig vanaf 1956-10-01
Artikel 27
Liftenbesluit I
1. Het in artikel 5bepaalde is niet van toepassing ten aanzien van elektrische en hydraulische personenliften die vóór een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in bedrijf zijn gesteld en die
a. geheel voldoen aan het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met X en XII van N 1081, dan wel
b. voldoen aan het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met X en XII van N 1081, met uitzondering van de artikelen 5, derde lid, 8, tweede lid, 12, vijfde lid, 13, tweede lid, eerste volzin, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, tweede en derde lid, 19, eerste lid, 20, derde lid, 21, laatste volzin, 22, tweede lid, 26, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 27, derde lid, 28, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder e, 32, 34, eerste lid, onder c, en tweede lid, onder a en b, 41, derde lid, onder b2, en vierde lid, 42, tweede lid, 43, eerste lid, 48, derde lid, 49, tweede lid, en vierde lid, vanaf de tweede volzin, mits zij voldoen aan de met de hiervoor genoemde bepalingen van N 1081 overeenkomende bepalingen van NEN 1081, met dien verstande dat, indien de kooiafsluitingen van een lift mechanisch worden aangedreven, de blokkeerinrichting in de kooi achterwege mag blijven, dan wel
c. geheel voldoen aan het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met X en XII van NEN 1081 dan wel
d. geheel voldoen aan het bepaalde in de hoofdstukken 0 tot en met 16 van NEN-EN 81-1, eerste druk, uitgegeven in juni 1979.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en c, moeten de daar bedoelde liften die in bedrijf zijn gesteld op of na 24 januari 1978 ten aanzien van kooitoegangen en de vloeroppervlakte van de kooi voldoen aan hetgeen daaromtrent is bepaald in NEN-EN 81-1, met dien verstande dat voor hydraulische liften in punt 8.2.1 van die norm, in noot c onder tabel 1.1 in plaats van "0,16 m 2", geldt: 0,50 m 2.
Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet ten aanzien van liften voor de levering waarvan opdracht is gegeven vóór 24 oktober 1978 en die voor eerste keuring zijn gereed gekomen vóór 24 juli 1979.
a. geheel voldoen aan het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met X en XII van N 1081, dan wel
b. voldoen aan het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met X en XII van N 1081, met uitzondering van de artikelen 5, derde lid, 8, tweede lid, 12, vijfde lid, 13, tweede lid, eerste volzin, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, tweede en derde lid, 19, eerste lid, 20, derde lid, 21, laatste volzin, 22, tweede lid, 26, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 27, derde lid, 28, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder e, 32, 34, eerste lid, onder c, en tweede lid, onder a en b, 41, derde lid, onder b2, en vierde lid, 42, tweede lid, 43, eerste lid, 48, derde lid, 49, tweede lid, en vierde lid, vanaf de tweede volzin, mits zij voldoen aan de met de hiervoor genoemde bepalingen van N 1081 overeenkomende bepalingen van NEN 1081, met dien verstande dat, indien de kooiafsluitingen van een lift mechanisch worden aangedreven, de blokkeerinrichting in de kooi achterwege mag blijven, dan wel
c. geheel voldoen aan het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met X en XII van NEN 1081 dan wel
d. geheel voldoen aan het bepaalde in de hoofdstukken 0 tot en met 16 van NEN-EN 81-1, eerste druk, uitgegeven in juni 1979.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en c, moeten de daar bedoelde liften die in bedrijf zijn gesteld op of na 24 januari 1978 ten aanzien van kooitoegangen en de vloeroppervlakte van de kooi voldoen aan hetgeen daaromtrent is bepaald in NEN-EN 81-1, met dien verstande dat voor hydraulische liften in punt 8.2.1 van die norm, in noot c onder tabel 1.1 in plaats van "0,16 m 2", geldt: 0,50 m 2.
Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet ten aanzien van liften voor de levering waarvan opdracht is gegeven vóór 24 oktober 1978 en die voor eerste keuring zijn gereed gekomen vóór 24 juli 1979.