BWBR0002219
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 3
Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer
Indien tijdens het onderzoek ter terechtzitting in een strafzaak een verdachte of getuige zich op de voet van artikel 2wil bedienen van het Fries, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft, indien hij zulks wenselijk acht, dat bijstand wordt verleend door een tolk. De artikelen 260, eerste lid, en 276, eerste en vierde lid, van het Wetboek van Strafvorderingis van toepassing.