BWBR0002221 Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 31
Algemene Ouderdomswet
1. Eenmaal per jaar vindt ambtshalve uitbetaling van de vakantie-uitkering plaats.
2. De in het vorige lid bedoelde uitbetaling vindt plaats in de maand mei en omvat de vakantie-uitkering, waarop recht bestond over de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.
3. De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
2. De in het vorige lid bedoelde uitbetaling vindt plaats in de maand mei en omvat de vakantie-uitkering, waarop recht bestond over de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.
3. De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
- Citeren als
- Art. 31
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002221
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl