BWBR0002267
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 37o
Luchtvaartwet
1. Overeenkomstig EG- verordening 300/2008, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid de volgende erkenningen verlenen of intrekken:
a. een erkenning als erkend agent;
b. een erkenning als bekende afzender;
c. een erkenning als erkend leverancier van vluchtbenodigdheden;
d. een erkenning als EU-luchtvaartbeveiligingsvalidateur;
e. een andere erkenning die op grond van EU-verordening 2015/1998 door de bevoegde autoriteit wordt verleend en ingetrokken.
2. Overeenkomstig EG- verordening 300/2008, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid een luchtvaartmaatschappij een erkenning verlenen als ACC3-luchtvaartmaatschappij.
3. De erkenningen, genoemd in het eerste en tweede lid, gelden voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn.
4. Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de uitoefening van de in het eerste en tweede lid genoemde bevoegdheden mandateren aan de commandant van de Koninklijke marechaussee.
5. Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen nadere regels worden gesteld over de verlening van een erkenning, als bedoeld in het eerste lid.
a. een erkenning als erkend agent;
b. een erkenning als bekende afzender;
c. een erkenning als erkend leverancier van vluchtbenodigdheden;
d. een erkenning als EU-luchtvaartbeveiligingsvalidateur;
e. een andere erkenning die op grond van EU-verordening 2015/1998 door de bevoegde autoriteit wordt verleend en ingetrokken.
2. Overeenkomstig EG- verordening 300/2008, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid een luchtvaartmaatschappij een erkenning verlenen als ACC3-luchtvaartmaatschappij.
3. De erkenningen, genoemd in het eerste en tweede lid, gelden voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn.
4. Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de uitoefening van de in het eerste en tweede lid genoemde bevoegdheden mandateren aan de commandant van de Koninklijke marechaussee.
5. Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen nadere regels worden gesteld over de verlening van een erkenning, als bedoeld in het eerste lid.