BWBR0002290
Geldig vanaf 1961-02-15
Artikel 14
Wet op de geneesmiddelenvoorziening
1. De in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c,genoemde personen mogen geen gebruik maken van hun bevoegdheid tot uitoefening van de artsenijbereidkunst, zolang de inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij zich ter uitoefening van hun beroep vestigen, hen niet, met het oog op het toezicht op de uitvoering van deze wet, op hun verzoek heeft ingeschreven in het register der gevestigde apothekers, der apotheekhoudende artsen, der waarnemende apothekers, der tweede apothekers of der apothekers-assistenten. De inschrijving geschiedt voor een apotheek gevestigd in een bepaald aangewezen perceel.
2. Apothekers, apotheekhoudende artsen en apothekers-assistenten in dienstbetrekking bij de zeemacht en de landmacht behoeven voor de uitoefening der artsenijbereidkunst uit hoofde van hun dienstbetrekking geen inschrijving. Hetzelfde geldt voor apothekers in dienstbetrekking bij de in artikel 2, eerste lid, onder dgenoemde personen, binnen de grenzen van de aan deze personen verleende vergunningen.
2. Apothekers, apotheekhoudende artsen en apothekers-assistenten in dienstbetrekking bij de zeemacht en de landmacht behoeven voor de uitoefening der artsenijbereidkunst uit hoofde van hun dienstbetrekking geen inschrijving. Hetzelfde geldt voor apothekers in dienstbetrekking bij de in artikel 2, eerste lid, onder dgenoemde personen, binnen de grenzen van de aan deze personen verleende vergunningen.