BWBR0002306
Geldig vanaf 27-06-1959
Artikel 11
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954
1. Rogatoire commissiën, waarvan de toezending niet is geschied overeenkomstig de voorschriften van het verdrag, worden door de autoriteit, die haar heeft ontvangen, onder opgaaf van redenen toegezonden aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
2. Rogatoire commissiën, die niet voldoen aan de vereisten, in het verdrag gesteld, worden door de rechterlijke autoriteit, die haar heeft ontvangen, onder opgaaf van redenen, teruggezonden langs dezelfde weg als de toezending geschiedde.
2. Rogatoire commissiën, die niet voldoen aan de vereisten, in het verdrag gesteld, worden door de rechterlijke autoriteit, die haar heeft ontvangen, onder opgaaf van redenen, teruggezonden langs dezelfde weg als de toezending geschiedde.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002306
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl