BWBR0002369
Geldig vanaf 25-01-1995
Artikel 5
Vergoedingen voor de leden enz. van de Grondkamers en de Centrale Grondkamer
1. De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 1, 2, 3, 3a en 4 worden maandelijks ingediend bij de grondkamer of de Centrale Grondkamer.
2. De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 1, 2, 3 en 3a vermelden de dagen, waarop de in deze artikelen genoemde werkzaamheden zijn verricht en bevatten een verklaring van de voorzitter, dat de declarant de opgegeven werkzaamheden heeft verricht gedurende de daarbij opgegeven tijdsduur.
3. De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in artikel 4, worden voorzien van een verklaring van de voorzitter, dat de gemaakte reizen noodzakelijk waren voor de in de artikelen 1, 2, 3 en 3a genoemde werkzaamheden.
4. De in de vorige leden bedoelde verklaringen kunnen ook worden afgegeven door de secretaris of de griffier, indien deze daartoe door de grondkamer onderscheidenlijk de Centrale Grondkamer zijn gemachtigd.
2. De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 1, 2, 3 en 3a vermelden de dagen, waarop de in deze artikelen genoemde werkzaamheden zijn verricht en bevatten een verklaring van de voorzitter, dat de declarant de opgegeven werkzaamheden heeft verricht gedurende de daarbij opgegeven tijdsduur.
3. De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in artikel 4, worden voorzien van een verklaring van de voorzitter, dat de gemaakte reizen noodzakelijk waren voor de in de artikelen 1, 2, 3 en 3a genoemde werkzaamheden.
4. De in de vorige leden bedoelde verklaringen kunnen ook worden afgegeven door de secretaris of de griffier, indien deze daartoe door de grondkamer onderscheidenlijk de Centrale Grondkamer zijn gemachtigd.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002369
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl