BWBR0002374
Geldig vanaf 2006-01-19
Artikel 33
Wet op de Registeraccountants
1. De registeraccountant is bij het beroepsmatig handelen aan tuchtrechtspraak op de voet van de <a href="/wet/BWBR0024238" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tuchtrechtspraak accountants</a>onderworpen ter zake van:
a. enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde; en
b. enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep.
2. De tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door de accountantskamer te Zwolle en in hoger beroep, tevens in hoogste ressort, door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
a. enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde; en
b. enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep.
2. De tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door de accountantskamer te Zwolle en in hoger beroep, tevens in hoogste ressort, door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.