BWBR0002412
Geldig vanaf 1963-08-01
Artikel 16
Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag
1. Pachtovereenkomsten, die vóór de inwerkingtreding van deze wet schriftelijk zijn aangegaan en ter kennis gebracht van het in § 3 van het "Landpachtgesetz" bedoelde gezag, worden geacht door de grondkamer te zijn goedgekeurd, tenzij dit gezag ingevolge § 5 van het "Landpachtgesetz" bezwaren heeft gemaakt, waaraan partijen niet door tijdige wijziging van de pachtovereenkomst tegemoet zijn gekomen en die niet door de rechter ongegrond zijn verklaard.
2. Pachtovereenkomsten, die vóór de inwerkingtreding van deze wet niet ter kennis van het gezag, bedoeld in het vorige lid, behoefden te worden gebracht, worden geacht door de grondkamer te zijn goedgekeurd.
3. Pachtovereenkomsten, die vóór de inwerkingtreding van deze wet zijn aangegaan, doch niet krachtens de vorige leden geacht worden door de grondkamer te zijn goedgekeurd, moeten binnen een jaar na dit tijdstip aan de grondkamer ter goedkeuring worden ingezonden. Deze verplichting geldt evenwel niet ten aanzien van pachtovereenkomsten, als bedoeld in artikel 58 van de Pachtwet. Ieder der partijen is tot inzending verplicht; zodra een hunner aan zijn verplichting heeft voldaan, is die van de ander vervallen. Niet-nakoming wordt geacht een overtreding te zijn van artikel 8, eerste lid, van de Pachtwet. De verpachter kan in dat geval, zolang de pachtovereenkomst niet is goedgekeurd, niet een rechtsvordering tot betaling van de pachtprijs tegen de pachter instellen. De artikelen 9en 10 van de Pachtwetblijven buiten toepassing.
4. Indien de grondkamer een pachtovereenkomst wijzigt of nietig verklaart, werkt de hiertoe strekkende beschikking niet terug.
5. Onder pachtovereenkomsten worden in dit artikel mede verstaan overeenkomsten tot wijziging van een pachtovereenkomst.
2. Pachtovereenkomsten, die vóór de inwerkingtreding van deze wet niet ter kennis van het gezag, bedoeld in het vorige lid, behoefden te worden gebracht, worden geacht door de grondkamer te zijn goedgekeurd.
3. Pachtovereenkomsten, die vóór de inwerkingtreding van deze wet zijn aangegaan, doch niet krachtens de vorige leden geacht worden door de grondkamer te zijn goedgekeurd, moeten binnen een jaar na dit tijdstip aan de grondkamer ter goedkeuring worden ingezonden. Deze verplichting geldt evenwel niet ten aanzien van pachtovereenkomsten, als bedoeld in artikel 58 van de Pachtwet. Ieder der partijen is tot inzending verplicht; zodra een hunner aan zijn verplichting heeft voldaan, is die van de ander vervallen. Niet-nakoming wordt geacht een overtreding te zijn van artikel 8, eerste lid, van de Pachtwet. De verpachter kan in dat geval, zolang de pachtovereenkomst niet is goedgekeurd, niet een rechtsvordering tot betaling van de pachtprijs tegen de pachter instellen. De artikelen 9en 10 van de Pachtwetblijven buiten toepassing.
4. Indien de grondkamer een pachtovereenkomst wijzigt of nietig verklaart, werkt de hiertoe strekkende beschikking niet terug.
5. Onder pachtovereenkomsten worden in dit artikel mede verstaan overeenkomsten tot wijziging van een pachtovereenkomst.