BWBR0002452
Geldig vanaf 01-08-1965
Artikel 5
Overgangswet Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting
1. Op verzoeken om een vergunning, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, der Woningwet 1901, ingekomen vóór de inwerkingtreding van deze wet, beslissen burgemeester en wethouders volgens het ten tijde van de indiening van het verzoek geldende recht. Op deze beslissing blijft artikel 7 der Woningwet 1901 van toepassing.
2. Vergunningen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van de Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet te zijn.
3. Vergunningen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, van de Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld in artikel 55 van de Woningwet te zijn.
4. Op een besluit, als bedoeld in artikel 6, zesde lid, der Woningwet 1901, ten aanzien waarvan bij de inwerkingtreding van deze wet de beroepstermijn nog niet is verstreken, blijft artikel 7 der Woningwet 1901 van toepassing.
2. Vergunningen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van de Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet te zijn.
3. Vergunningen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, van de Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld in artikel 55 van de Woningwet te zijn.
4. Op een besluit, als bedoeld in artikel 6, zesde lid, der Woningwet 1901, ten aanzien waarvan bij de inwerkingtreding van deze wet de beroepstermijn nog niet is verstreken, blijft artikel 7 der Woningwet 1901 van toepassing.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002452
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl