BWBR0002458
Geldig vanaf 2021-07-01
Artikel 48c
Alcoholwet
1. Ten aanzien van degene die rechtmatig het horecabedrijf of slijtersbedrijf uitoefent in een inrichting waarvoor een op grond van de artikelen 40, 43 of 44 van de Drank- en Horecawet zoals deze luidde voor 26 mei 2000 verleende ontheffing geldt, blijft de ontheffing gelden. Voornoemde ontheffing geldt ook voor degene die de uitoefening van het bedrijf in die inrichting rechtsgeldig voortzet. Het in de eerste volzin bepaalde geldt niet als er een onderbreking van de bedrijfsuitoefening is geweest gedurende een periode van langer dan een jaar. Ten aanzien van ontheffingen verleend voor een bepaalde tijd vervallen de aan die ontheffing verbonden tijdsbeperkingen. Dit lid vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende volzinnen verschillend kan worden vastgesteld.
2. Artikel 9geldt niet ten aanzien van inrichtingen zolang daarvoor een vergunning geldt die is verstrekt vóór 26 mei 2000.
3. Artikel 29is niet van toepassing op de op 26 mei 2000 geldende vergunningen.
2. Artikel 9geldt niet ten aanzien van inrichtingen zolang daarvoor een vergunning geldt die is verstrekt vóór 26 mei 2000.
3. Artikel 29is niet van toepassing op de op 26 mei 2000 geldende vergunningen.