BWBR0002474
Geldig vanaf 31-12-1964
Artikel 211
Mijnreglement 1964
1. Op alle werkpunten en in alle andere voor personen toegankelijke gedeelten van de ondergrondse werken, die niet voldoende door de doorgaande luchtstroom van verse lucht worden voorzien, moet een doelmatige secundaire luchtverversing tot stand worden gebracht.
2. Opzettelijke onderbreking van de secundaire luchtverversing mag slechts plaats vinden op last van de ter plaatse verantwoordelijke toezichthoudende persoon en onder het nemen van doelmatige maatregelen.
3. Niet-opzettelijke onderbreking van de secundaire luchtverversing moet onmiddellijk aan de ter plaatse verantwoordelijke toezichthoudende persoon worden gemeld. Deze moet onverwijld doelmatige maatregelen nemen.
2. Opzettelijke onderbreking van de secundaire luchtverversing mag slechts plaats vinden op last van de ter plaatse verantwoordelijke toezichthoudende persoon en onder het nemen van doelmatige maatregelen.
3. Niet-opzettelijke onderbreking van de secundaire luchtverversing moet onmiddellijk aan de ter plaatse verantwoordelijke toezichthoudende persoon worden gemeld. Deze moet onverwijld doelmatige maatregelen nemen.
- Citeren als
- Art. 211
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002474
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl