BWBR0002474
Geldig vanaf 31-12-1964
Artikel 233
Mijnreglement 1964
1. Op de bovengrondse werken moet op een voldoende aantal doelmatig gekozen plaatsen een voldoende aantal doelmatige privaten en urinoirs beschikbaar zijn.
2. In de ondergrondse werken moet op een voldoende aantal doelmatig gekozen plaatsen een voldoende aantal doelmatige privaten beschikbaar zijn.
3. Onze Minister kan voorschrijven, dat op een boorwerk op een voldoende aantal doelmatig gekozen plaatsen een voldoende aantal doelmatige privaten en urinoirs beschikbaar moet zijn.
4. De privaten en urinoirs moeten zodanig zijn geplaatst, ingericht en worden onderhouden, dat stank zoveel mogelijk wordt vermeden; zij dienen regelmatig te worden gereinigd en zo nodig op doelmatige wijze te worden ontsmet.
5. Een privaat mag slechts voor één der beide seksen toegankelijk zijn en moet zo nodig zijn voorzien van een duidelijk waarneembare vermelding, voor welke sekse het toegankelijk is.
6. Het is verboden andere plaatsen dan privaten als zodanig te gebruiken.
2. In de ondergrondse werken moet op een voldoende aantal doelmatig gekozen plaatsen een voldoende aantal doelmatige privaten beschikbaar zijn.
3. Onze Minister kan voorschrijven, dat op een boorwerk op een voldoende aantal doelmatig gekozen plaatsen een voldoende aantal doelmatige privaten en urinoirs beschikbaar moet zijn.
4. De privaten en urinoirs moeten zodanig zijn geplaatst, ingericht en worden onderhouden, dat stank zoveel mogelijk wordt vermeden; zij dienen regelmatig te worden gereinigd en zo nodig op doelmatige wijze te worden ontsmet.
5. Een privaat mag slechts voor één der beide seksen toegankelijk zijn en moet zo nodig zijn voorzien van een duidelijk waarneembare vermelding, voor welke sekse het toegankelijk is.
6. Het is verboden andere plaatsen dan privaten als zodanig te gebruiken.
- Citeren als
- Art. 233
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002474
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl