BWBR0002474
Geldig vanaf 22-09-1995
Artikel 23a
Mijnreglement 1964
1. Wegen met inbegrip van trappen, vaste ladders en laadplatforms, moeten zodanig berekend, gedimensioneerd en gelegen zijn dat zij gemakkelijk, veilig en overeenkomstig hun bestemming kunnen worden gebruikt en de arbeiders die in de buurt van die wegen werken, geen enkel risico lopen.
2. Bij het bepalen van de afmetingen van voor verkeer van personen of goederen bestemde wegen, moet uitgegaan worden van het mogelijke aantal gebruikers en het soort werkzaamheden.
3. Wanneer op wegen transportmiddelen worden gebruikt, moet een veilige afstand overblijven voor voetgangers.
4. De voor voertuigen bestemde wegen moeten op voldoende afstand van deuren, poorten, doorgangen voor voetgangers, gangen en trappen liggen.
5. Het tracé van de verkeers- en toegangswegen dient duidelijk te zijn afgebakend om de bescherming van de arbeiders te kunnen garanderen.
2. Bij het bepalen van de afmetingen van voor verkeer van personen of goederen bestemde wegen, moet uitgegaan worden van het mogelijke aantal gebruikers en het soort werkzaamheden.
3. Wanneer op wegen transportmiddelen worden gebruikt, moet een veilige afstand overblijven voor voetgangers.
4. De voor voertuigen bestemde wegen moeten op voldoende afstand van deuren, poorten, doorgangen voor voetgangers, gangen en trappen liggen.
5. Het tracé van de verkeers- en toegangswegen dient duidelijk te zijn afgebakend om de bescherming van de arbeiders te kunnen garanderen.
- Citeren als
- Art. 23a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002474
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl