BWBR0002474
Geldig vanaf 01-04-1997
Artikel 33
Mijnreglement 1964
1. Van het verloop van een diepboring en van werkzaamheden, aangewezen krachtens artikel 32b, tweede lid, ten aanzien van een daarbij aangegeven boorgat moet dagelijks een kort verslag worden opgemaakt, hetwelk onverwijld en op doelmatige wijze ter kennis van de Inspecteur-Generaal der Mijnen dient te worden gebracht. Het verslag moet voldoende gegevens bevatten ten einde het verloop van de boring of de werkzaamheden te kunnen volgen.
2. Voorts moet van het verloop als in het eerste lid bedoeld maandelijks een rapport worden opgemaakt, hetwelk binnen 7 dagen na afloop van de betrokken maand in afschrift aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen dient te worden toegezonden. Het rapport moet voldoende gegevens bevatten ten einde het verloop van de boring of de werkzaamheden te kunnen volgen.
2. Voorts moet van het verloop als in het eerste lid bedoeld maandelijks een rapport worden opgemaakt, hetwelk binnen 7 dagen na afloop van de betrokken maand in afschrift aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen dient te worden toegezonden. Het rapport moet voldoende gegevens bevatten ten einde het verloop van de boring of de werkzaamheden te kunnen volgen.
- Citeren als
- Art. 33
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002474
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl