1. Een werkgever, aan wie een ontheffing, als bedoeld in
artikel 11 van het Inschrijvingsbesluit, is verleend, is gehouden de volgende voorwaarden na te komen:
a. aan de ziekenfondsen, hem opgegeven door de verplicht verzekerde werknemers, die op de datum van ingang van de ontheffing in zijn dienst zijn of nadien in zijn dienst treden, zo spoedig mogelijk mededeling te doen van het begin en het einde van de verplichte verzekering uit hoofde van de arbeidsverhouding;
b. aan de in zijn dienst zijnde verplicht verzekerde werknemers een verklaring ter hand te stellen, waaruit blijkt, dat aan de werkgever een ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, is verleend;
c. aan de algemeen secretaris van de Ziekenfondsraad en aan de desbetreffende ziekenfondsen gelegenheid te geen de juistheid van de door hem verstrekte gegevens te doen controleren;
d. de voorwaarden, welke eventueel nader door de algemeen secretaris van de Ziekenfondsraad worden gesteld.
2. Een bedrijfsvereniging, aan welke een ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, is verleend met betrekking tot werknemers, die verplicht verzekerd zijn uit hoofde van een uitkering ingevolge de
Werkloosheidswet, dient - in afwijking van het bepaalde in het eerste lid - voor de uitbetaling dezer uitkering door middel van postbewijzen of postwissels daarop te vermelden de naam of aanduiding van de bedrijfsvereniging en de periode, waarop de uitkering betrekking heeft.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, kan aan de ontheffing, verleend aan een werkgever, die voor zijn loonadministratie gebruik maakt van een doorschrijfsysteem met loonslips, de voorwaarde worden verbonden, dat aan de loonslips een strook is gehecht, waarop worden ingevuld de naam van de werkgever en de periode, waarop de loonslip betrekking heeft. In geval van beëindiging der verplichte verzekering vermeldt de werkgever deze omstandigheid op de laatste loonslip, welke hij gehouden is aan de verzekerde uit te reiken.
4. Een werkgever, aan wie een ontheffing is verleend, wordt ten aanzien van werknemers, die incidenteel voor korte tijd bij hem in dienst zijn, geacht aan zijn uit de ontheffing voortvloeiende verplichtingen te hebben voldaan, indien hij ten aanzien van die werknemers handelt overeenkomstig het bepaalde in
artikel 10 van het Inschrijvingsbesluit.
5. Bij niet-nakoming door een werkgever van zijn uit de ontheffing voortvloeiende verplichtingen kan de ontheffing worden ingetrokken. In dat geval kan de behandeling van een nieuw verzoek om ontheffing worden uitgesteld totdat een jaar sinds de intrekking is verstreken.
6. De ontheffingen, welke zijn verleend overeenkomstig artikel 7 van het Aangiftenbesluit verplichte ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1958, 252) worden geacht te zijn verleend op grond van het bepaalde in artikel 11 van het Inschrijvingsbesluit.