BWBR0002551
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 4
Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering
1. Degene, die ter zake van invaliditeit, welke is ingetreden vóór de dag, waarop artikel 19 van de Wetin werking treedt, eerst op of na die dag op grond van het bepaalde in artikel 1, onder c, dan wel artikel 2, eerste lid, onder a, b, c of d, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers als rentetrekker zou zijn aangemerkt, indien die wet niet zou zijn ingetrokken, heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, wanneer hij op het tijdstip, met ingang waarvan hij, indien de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers niet zou zijn ingetrokken, als rentetrekker zou zijn aangemerkt, recht op bijslag als bedoeld in artikel 3 van die wet zou hebben gehad.
2. Voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 10, eerste lid, onder a, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, in verbinding met het derde lid, onder d, van dat artikel, buiten beschouwing.
3. Het bepaalde in de vorige leden blijft buiten toepassing ten aanzien van degene, die op de dag met ingang van welke hij als rentetrekker zou zijn aangemerkt, aan deze wet een vóór die dag ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent.
2. Voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 10, eerste lid, onder a, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, in verbinding met het derde lid, onder d, van dat artikel, buiten beschouwing.
3. Het bepaalde in de vorige leden blijft buiten toepassing ten aanzien van degene, die op de dag met ingang van welke hij als rentetrekker zou zijn aangemerkt, aan deze wet een vóór die dag ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent.