BWBR0002559
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 50
Uitleveringswet
1. Voor zover bij verdrag niet anders is bepaald, wordt bij vervoer te land, overeenkomstig artikel 48, de bewaking van de vreemdeling opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de vreemdeling en ter voorkoming van zijn ontvluchting.
2. Indien het ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet mogelijk is het vervoer door Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba zonder onderbreking voort te zetten, kan de vreemdeling, in afwachting van een passende gelegenheid tot vertrek naar elders, zo nodig worden opgenomen in een huis van bewaring, zulks op vertoon van een stuk waaruit blijkt van de door Onze Minister verleende toestemming tot het vervoer.
2. Indien het ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet mogelijk is het vervoer door Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba zonder onderbreking voort te zetten, kan de vreemdeling, in afwachting van een passende gelegenheid tot vertrek naar elders, zo nodig worden opgenomen in een huis van bewaring, zulks op vertoon van een stuk waaruit blijkt van de door Onze Minister verleende toestemming tot het vervoer.