BWBR0002565
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 252
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek
1. De bepalingen van Boek 8omtrent de rangorde waarin vorderingen uit de opbrengst van een goed moeten worden voldaan, gelden mede met betrekking tot vorderingen die bestaan op het tijdstip waarop dat Boek in werking treedt.
2. Het vroegere recht is echter van toepassing op de rangorde bij de verdeling van een goed dat op het tijdstip van in werking treden van Boek 8reeds ten behoeve van het verhaal is verkocht, en op de verdeling van hetgeen op een vordering op dat tijdstip reeds is geïnd.
3. Het vroegere recht is eveneens van toepassing op de rang van vorderingen op een in staat van faillissement verklaarde schuldenaar, indien Boek 8in werking treedt nadat de rechter-commissaris overeenkomstig artikel 108 der Faillissementswetde dag heeft bepaald waarop die vorderingen uiterlijk ter verificatie moeten zijn ingediend.
4. Het in werking treden van Boek 8heeft voor de dan bestaande vorderingen geen gevolg ten aanzien van de werking van een surséance van betaling, die voordien aan de schuldenaar voorlopig is verleend.
2. Het vroegere recht is echter van toepassing op de rangorde bij de verdeling van een goed dat op het tijdstip van in werking treden van Boek 8reeds ten behoeve van het verhaal is verkocht, en op de verdeling van hetgeen op een vordering op dat tijdstip reeds is geïnd.
3. Het vroegere recht is eveneens van toepassing op de rang van vorderingen op een in staat van faillissement verklaarde schuldenaar, indien Boek 8in werking treedt nadat de rechter-commissaris overeenkomstig artikel 108 der Faillissementswetde dag heeft bepaald waarop die vorderingen uiterlijk ter verificatie moeten zijn ingediend.
4. Het in werking treden van Boek 8heeft voor de dan bestaande vorderingen geen gevolg ten aanzien van de werking van een surséance van betaling, die voordien aan de schuldenaar voorlopig is verleend.