BWBR0002595
Geldig vanaf 1967-08-01
Artikel 61
Overgangswet W.V.O.
1. De uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingsscholen voor kleuterleidsters worden met ingang van 1 augustus 1968 opleidingsscholen voor kleuterleidsters, als bedoeld in afdeling I van titel II van de Wet op het voortgezet onderwijs.
2. De op 31 juli 1968 ingevolge artikel 95 van de Kleuteronderwijswet aangewezen, niet uit ’s Rijks kas bekostigde, bijzondere opleidingsscholen worden geacht met ingang van 1 augustus 1968 te zijn aangewezen op grond van artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
3. Indien de inrichting van het onderwijs in het tweede en de volgende leerjaren niet voldoet aan de bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijsgegeven voorschriften, blijven de op 31 juli 1968 geldende voorschriften daarop van toepassing tot 1 augustus 1971. Voor de schooljaren 1971-1972 en 1972-1973 kan het bevoegd gezag, voor zover het een gemeentelijke of een bijzondere school betreft onder goedkeuring van Onze minister, alsnog klassen vormen, waarin onderwijs wordt gegeven volgens de op 31 juli 1968 geldende voorschriften.
2. De op 31 juli 1968 ingevolge artikel 95 van de Kleuteronderwijswet aangewezen, niet uit ’s Rijks kas bekostigde, bijzondere opleidingsscholen worden geacht met ingang van 1 augustus 1968 te zijn aangewezen op grond van artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
3. Indien de inrichting van het onderwijs in het tweede en de volgende leerjaren niet voldoet aan de bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijsgegeven voorschriften, blijven de op 31 juli 1968 geldende voorschriften daarop van toepassing tot 1 augustus 1971. Voor de schooljaren 1971-1972 en 1972-1973 kan het bevoegd gezag, voor zover het een gemeentelijke of een bijzondere school betreft onder goedkeuring van Onze minister, alsnog klassen vormen, waarin onderwijs wordt gegeven volgens de op 31 juli 1968 geldende voorschriften.