BWBR0002629
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 25
Wet op de omzetbelasting 1968
1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. jaaromzet in Nederland: het totaal van de vergoedingen ter zake van de volgende leveringen van goederen en diensten verricht door een ondernemer binnen Nederland gedurende een kalenderjaar: 1°. leveringen van goederen en diensten, voor zover die zonder toepassing van artikel 25a, eerste lid, belast zouden zijn in Nederland;
2°. leveringen van goederen en diensten die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j, en verzekerings- en herverzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn;
3°. leveringen van goederen waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van artikel 24, eerste of tweede lid; en
4°. leveringen van goederen en diensten waarvoor bij of krachtens artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de afnemer vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend;
1°. leveringen van goederen en diensten, voor zover die zonder toepassing van artikel 25a, eerste lid, belast zouden zijn in Nederland;
2°. leveringen van goederen en diensten die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j, en verzekerings- en herverzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn;
3°. leveringen van goederen waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van artikel 24, eerste of tweede lid; en
4°. leveringen van goederen en diensten waarvoor bij of krachtens artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de afnemer vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend;
b. jaaromzet in de Unie: de jaaromzet in Nederland en het totaal van de vergoedingen ter zake van leveringen van goederen en diensten, bedoeld in artikel 288 van de BTW-richtlijn 2006, verricht door een ondernemer binnen de andere lidstaten van de Unie gedurende een kalenderjaar.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt bij de vaststelling van de jaaromzet in Nederland niet in aanmerking genomen de vergoeding voor de levering van door de ondernemer in zijn bedrijf gebruikte:
a. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen; en
b. roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop de ondernemer zou kunnen afschrijven indien diegene aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.
a. jaaromzet in Nederland: het totaal van de vergoedingen ter zake van de volgende leveringen van goederen en diensten verricht door een ondernemer binnen Nederland gedurende een kalenderjaar: 1°. leveringen van goederen en diensten, voor zover die zonder toepassing van artikel 25a, eerste lid, belast zouden zijn in Nederland;
2°. leveringen van goederen en diensten die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j, en verzekerings- en herverzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn;
3°. leveringen van goederen waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van artikel 24, eerste of tweede lid; en
4°. leveringen van goederen en diensten waarvoor bij of krachtens artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de afnemer vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend;
1°. leveringen van goederen en diensten, voor zover die zonder toepassing van artikel 25a, eerste lid, belast zouden zijn in Nederland;
2°. leveringen van goederen en diensten die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j, en verzekerings- en herverzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn;
3°. leveringen van goederen waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van artikel 24, eerste of tweede lid; en
4°. leveringen van goederen en diensten waarvoor bij of krachtens artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de afnemer vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend;
b. jaaromzet in de Unie: de jaaromzet in Nederland en het totaal van de vergoedingen ter zake van leveringen van goederen en diensten, bedoeld in artikel 288 van de BTW-richtlijn 2006, verricht door een ondernemer binnen de andere lidstaten van de Unie gedurende een kalenderjaar.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt bij de vaststelling van de jaaromzet in Nederland niet in aanmerking genomen de vergoeding voor de levering van door de ondernemer in zijn bedrijf gebruikte:
a. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen; en
b. roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop de ondernemer zou kunnen afschrijven indien diegene aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.