BWBR0002660
Geldig vanaf 2009-07-02
Artikel 3
Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden
1. In het belang van de hygiëne kunnen bij algemene maatregel van bestuur met betrekking tot badinrichtingen voorschriften worden gegeven betreffende:
a. de hoedanigheid en de behandeling van het zwem- en badwater;
b. het aantal en de inrichting van douches en toiletten;
c. de voorziening met drink- en waswater en de afvoer van afvalwater;
d. de te bezigen materialen;
e. het treffen van voorzieningen ten behoeve van de reinheid;
f. de gelegenheid tot het bergen van kleding;
g. het aantal gelijktijdig toe te laten bezoekers;
h. het toezicht,
i. preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid.
2. De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, bevatten slechts hetgeen naar Ons oordeel uit het oogpunt van hygiëne strikt noodzakelijk is.
3. De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder a, gelden niet met betrekking tot de badinrichtingen behorend tot de op grond van artikel 10b, tweede lid, aangewezen locaties.
a. de hoedanigheid en de behandeling van het zwem- en badwater;
b. het aantal en de inrichting van douches en toiletten;
c. de voorziening met drink- en waswater en de afvoer van afvalwater;
d. de te bezigen materialen;
e. het treffen van voorzieningen ten behoeve van de reinheid;
f. de gelegenheid tot het bergen van kleding;
g. het aantal gelijktijdig toe te laten bezoekers;
h. het toezicht,
i. preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid.
2. De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, bevatten slechts hetgeen naar Ons oordeel uit het oogpunt van hygiëne strikt noodzakelijk is.
3. De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder a, gelden niet met betrekking tot de badinrichtingen behorend tot de op grond van artikel 10b, tweede lid, aangewezen locaties.