Uitleg van Artikel 8b Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Dit artikel gaat over verrekenprijzen tussen bedrijven die met elkaar verbonden zijn, zoals een moederbedrijf en een dochteronderneming. Stel, je hebt een bedrijf in Nederland en een ander bedrijf in het buitenland, beide in dezelfde groep. Als jij als eigenaar of directeur beide bedrijven aanstuurt, mag je niet zomaar geld van het ene naar het andere bedrijf verschuiven via prijzen voor goederen of diensten. De Belastingdienst wil voorkomen dat je zo belasting ontwijkt door winst kunstmatig te verlagen in Nederland (waar de belasting hoog is) en te verhogen in een land met lagere belastingen.
Daarom zegt dit artikel: de winst moet berekend worden alsof de bedrijven onafhankelijk van elkaar zouden handelen. Als je bijvoorbeeld een product voor €10 verkoopt aan je eigen dochterbedrijf, maar een onafhankelijk bedrijf zou €15 vragen, dan moet de Belastingdienst de winst alsof het voor €15 was verkocht. Zo voorkom je dat je winst kunstmatig verlaagt om minder belasting te betalen.
Het tweede lid geldt als één persoon (bijvoorbeeld een directeur) zowel het ene als het andere bedrijf aanstuurt. Ook dan gelden dezelfde regels: de prijzen moeten marktconform zijn.
Tot slot moet je goed bijhouden hoe je de verrekenprijzen hebt vastgesteld en kunnen aantonen dat ze overeenkomen met wat onafhankelijke partijen zouden doen. Bij een controle moet je dit kunnen bewijzen. Doe je dat niet? Dan kan de Belastingdienst de winst zelf vaststellen en extra belasting heffen.
Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.