BWBR0002777
Geldig vanaf 1999-08-11
Artikel 2
Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering
1. De verzekerde, die gedurende de dag en nacht verblijft in een tehuis, heeft met inachtneming van hetgeen nader in dit besluit is bepaald aanspraak op vergoeding wegens kosten ter zake van het verblijf in dat tehuis, indien en zolang:
a. ten aanzien van hem een indicatiebeoordeling is vastgesteld voor opneming en verder verblijf in een verpleeginrichting als bedoeld in artikel 14 of in een inrichting voor zwakzinnigen als bedoeld in artikel 23 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering;
b. hij uitsluitend wegens plaatsgebrek niet in een inrichting als bedoeld onder a is opgenomen;
c. hij het uitvoeringsorgaan, bedoeld in artikel 3, schriftelijk heeft gemachtigd de hem ingevolge dit besluit toekomende vergoeding namens hem aan derden uit te betalen.
2. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat het eerste lid in daarbij aan te wijzen gebieden niet van toepassing is.
Hij gaat daartoe niet over dan nadat hem is gebleken, dat de inrichtingen van de desbetreffende categorie in het betrokken gebied naar redelijke maatstaven gemeten voldoende gelegenheid bieden tot opneming van verzekerden voor wie een indicatie bestaat als in het eerste lid bedoeld.
3. Een beschikking krachtens het tweede lid treedt niet eerder in werking dan nadat drie maanden zijn verstreken na haar bekendmaking in de Staatscourant.
4. De regionale contactkantoren, bedoeld in het Besluit van de Ziekenfondsraad van 26 augustus 1971 ( Stcrt.1971, 169) welke in het aangewezen gebied werkzaam zijn, dragen zorg, dat de verzekerden wie het aangaat zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van een beschikking krachtens het tweede lid, bericht ontvangen in welke erkende inrichting(en) zij kunnen worden opgenomen.
a. ten aanzien van hem een indicatiebeoordeling is vastgesteld voor opneming en verder verblijf in een verpleeginrichting als bedoeld in artikel 14 of in een inrichting voor zwakzinnigen als bedoeld in artikel 23 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering;
b. hij uitsluitend wegens plaatsgebrek niet in een inrichting als bedoeld onder a is opgenomen;
c. hij het uitvoeringsorgaan, bedoeld in artikel 3, schriftelijk heeft gemachtigd de hem ingevolge dit besluit toekomende vergoeding namens hem aan derden uit te betalen.
2. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat het eerste lid in daarbij aan te wijzen gebieden niet van toepassing is.
Hij gaat daartoe niet over dan nadat hem is gebleken, dat de inrichtingen van de desbetreffende categorie in het betrokken gebied naar redelijke maatstaven gemeten voldoende gelegenheid bieden tot opneming van verzekerden voor wie een indicatie bestaat als in het eerste lid bedoeld.
3. Een beschikking krachtens het tweede lid treedt niet eerder in werking dan nadat drie maanden zijn verstreken na haar bekendmaking in de Staatscourant.
4. De regionale contactkantoren, bedoeld in het Besluit van de Ziekenfondsraad van 26 augustus 1971 ( Stcrt.1971, 169) welke in het aangewezen gebied werkzaam zijn, dragen zorg, dat de verzekerden wie het aangaat zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van een beschikking krachtens het tweede lid, bericht ontvangen in welke erkende inrichting(en) zij kunnen worden opgenomen.