BWBR0002810
Geldig vanaf 01-06-1974
Artikel 12
Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart
1. De vergoeding, welke aan de eigenaar en de vruchtgebruiker van het gevorderde schip wordt verleend voor het gebruik, wordt vastgesteld op de wijze omschreven in artikel 24.
2. De vergoeding, welke aan de reder wordt verleend voor de kosten, welke hij heeft moeten maken om aan de vordering gevolg te geven, voor zover deze de kosten, welke hij dientengevolge op de lopende reis heeft bespaard, te boven gaan, wordt vastgesteld op de wijze, omschreven in artikel 24.
3. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde vergoeding voor het gebruik wordt eveneens toegekend over de tijd, dat het schip na beëindiging van het gebruik door Onze Minister niet kan worden geëxploiteerd ten gevolge van de uitvoering van de in artikel 11, vierde lid, bedoelde herstellingen.
2. De vergoeding, welke aan de reder wordt verleend voor de kosten, welke hij heeft moeten maken om aan de vordering gevolg te geven, voor zover deze de kosten, welke hij dientengevolge op de lopende reis heeft bespaard, te boven gaan, wordt vastgesteld op de wijze, omschreven in artikel 24.
3. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde vergoeding voor het gebruik wordt eveneens toegekend over de tijd, dat het schip na beëindiging van het gebruik door Onze Minister niet kan worden geëxploiteerd ten gevolge van de uitvoering van de in artikel 11, vierde lid, bedoelde herstellingen.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002810
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl