BWBR0002844
Geldig vanaf 1973-01-01
Artikel 56
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
1. De uitkering, de toeslagen, bedoeld in de artikelen 10, derde lid, 15en 17, de vergoeding en de tegemoetkoming zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.
2. De toeslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, de vergoeding en de tegemoetkoming, alsmede de op grond van onderdeel avan artikel 34, tweede lid, na overlijden doorlopende uitkering zijn niet vatbaar voor beslag.
3. Volmacht tot ontvangst van de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming, onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
4. Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig.
2. De toeslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, de vergoeding en de tegemoetkoming, alsmede de op grond van onderdeel avan artikel 34, tweede lid, na overlijden doorlopende uitkering zijn niet vatbaar voor beslag.
3. Volmacht tot ontvangst van de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming, onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
4. Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig.