BWBR0002975
Geldig vanaf 2005-01-20
Artikel 9
Wet verontreiniging zeewater
1. Onze Minister kan een ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. de in artikel 7, tweede lid, bedoelde voorschriften niet in acht worden genomen;
c. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na de verlening der ontheffing, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven der ontheffing het aan het tegengaan van de verontreiniging van de zee verbonden belang op onaanvaardbare wijze zou schaden, terwijl daaraan redelijkerwijs niet door het wijzigen of het aanvullen van de voorschriften kan worden tegemoet gekomen.
2. Met betrekking tot een beschikking als bedoeld in het eerste lid, onder c, is artikel 8avan overeenkomstige toepassing.
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. de in artikel 7, tweede lid, bedoelde voorschriften niet in acht worden genomen;
c. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na de verlening der ontheffing, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven der ontheffing het aan het tegengaan van de verontreiniging van de zee verbonden belang op onaanvaardbare wijze zou schaden, terwijl daaraan redelijkerwijs niet door het wijzigen of het aanvullen van de voorschriften kan worden tegemoet gekomen.
2. Met betrekking tot een beschikking als bedoeld in het eerste lid, onder c, is artikel 8avan overeenkomstige toepassing.