BWBR0003094
Geldig vanaf 1977-06-01
Artikel 20
Reconstructiewet Midden-Delfland
1. Behoudens de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk IIvan deze wet heeft iedere pachter van in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken recht op het in pacht verkrijgen van een waarde in kavels naar dezelfde maatstaven als in artikel 15voor de toedeling in eigendom bepaald.
2. De reconstructie-commissie kan een bestaande pachtverhouding opheffen en een nieuwe pachtverhouding vestigen in dier voege, dat aan een verpachter een pachter uit de in het eerste lid bedoelde pachters kan worden toegewezen.
3. De reconstructie-commissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden ontlenen.
4. Het bepaalde in artikel 18is ten aanzien van de pachter van overeenkomstige toepassing.
2. De reconstructie-commissie kan een bestaande pachtverhouding opheffen en een nieuwe pachtverhouding vestigen in dier voege, dat aan een verpachter een pachter uit de in het eerste lid bedoelde pachters kan worden toegewezen.
3. De reconstructie-commissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden ontlenen.
4. Het bepaalde in artikel 18is ten aanzien van de pachter van overeenkomstige toepassing.