BWBR0003205
Geldig vanaf 1978-12-01
Artikel 4
Besluit EEG-tapmaatflessen
1. Het EEG-teken moet zijn aangebracht op het zijvlak, de onderrand of de bodem; dat teken moet ten minste 3 mm hoog zijn.
2. Op één der in het eerste lid aangegeven plaatsen moeten de volgende aanduidingen zijn aangebracht:
a. het nominale volume in liter, centiliter of milliliter, weergegeven in cijfers met een minimale hoogte van 6 mm bij een nominaal volume van meer dan 100 cl, van 4 mm bij een nominaal volume van meer dan 20 cl doch niet meer dan 100 cl en van 3 mm bij een nominaal volume van 20 cl of minder, en gevolgd door het symbool of de naam van de gebruikte meeteenheid;
b. het identificatieteken van de fabrikant, waarvoor een door de ijkinstelling of een door de bevoegde dienst van een andere Lid-Staat van de Europese Unie of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte verleende goedkeuring geldt.
3. Op de bodem of de onderrand moet of moeten - al naar gelang de voor die fles bestemde vulmethode of vulmethoden - zijn aangebracht:
a. de aanduiding van de strijkvolle inhoud in centiliter, weergegeven in cijfers en niet gevolgd door het symbool of de naam van die meeteenheid;
b. de aanduiding van de afstand in millimeter tussen het strijkvlak en het met het nominale volume overeenkomende vulniveau, weergegeven in cijfers, gevolgd door het symbool mm.
4. De cijfers, bedoeld in het derde lid, moeten een minimale hoogte hebben, gelijk aan die welke voor het weergeven van het nominale volume van de betrokken fles in het tweede lid, onder a, is voorgeschreven.
5. Het EEG-teken en de in het tweede en derde lid bedoelde aanduidingen moeten onuitwisbaar, gemakkelijk leesbaar en goed zichtbaar zijn; de in het derde lid bedoelde aanduidingen moeten op zodanige wijze zijn aangebracht, dat geen verwarring kan ontstaan met de aanduidingen, bedoeld in het tweede lid.
2. Op één der in het eerste lid aangegeven plaatsen moeten de volgende aanduidingen zijn aangebracht:
a. het nominale volume in liter, centiliter of milliliter, weergegeven in cijfers met een minimale hoogte van 6 mm bij een nominaal volume van meer dan 100 cl, van 4 mm bij een nominaal volume van meer dan 20 cl doch niet meer dan 100 cl en van 3 mm bij een nominaal volume van 20 cl of minder, en gevolgd door het symbool of de naam van de gebruikte meeteenheid;
b. het identificatieteken van de fabrikant, waarvoor een door de ijkinstelling of een door de bevoegde dienst van een andere Lid-Staat van de Europese Unie of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte verleende goedkeuring geldt.
3. Op de bodem of de onderrand moet of moeten - al naar gelang de voor die fles bestemde vulmethode of vulmethoden - zijn aangebracht:
a. de aanduiding van de strijkvolle inhoud in centiliter, weergegeven in cijfers en niet gevolgd door het symbool of de naam van die meeteenheid;
b. de aanduiding van de afstand in millimeter tussen het strijkvlak en het met het nominale volume overeenkomende vulniveau, weergegeven in cijfers, gevolgd door het symbool mm.
4. De cijfers, bedoeld in het derde lid, moeten een minimale hoogte hebben, gelijk aan die welke voor het weergeven van het nominale volume van de betrokken fles in het tweede lid, onder a, is voorgeschreven.
5. Het EEG-teken en de in het tweede en derde lid bedoelde aanduidingen moeten onuitwisbaar, gemakkelijk leesbaar en goed zichtbaar zijn; de in het derde lid bedoelde aanduidingen moeten op zodanige wijze zijn aangebracht, dat geen verwarring kan ontstaan met de aanduidingen, bedoeld in het tweede lid.