BWBR0003245
Geldig vanaf 2023-10-04
Artikel 18.4
Wet milieubeheer
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken 16, 16a, 16ben 16cbepaalde, alsmede de naleving van de in artikel 18.5genoemde bepalingen van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de naleving van de in artikel 18.5agenoemde bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, de naleving van de in artikel 18.5bgenoemde bepalingen van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, de naleving van de in artikel 18.5cgenoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van wereldwijde luchtvaartemissies, de naleving van de in artikel 18.5dgenoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer en van de in artikel 18.6genoemde bepalingen van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel de naleving van de in artikel 18.6c genoemde bepalingen van Verordening (EU) 2023/1805en de in artikel 18.6d genoemde bepalingen van Verordening (EU) 2023/2405, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in artikelen 18.6c, tweede en derde lid, 18.6d, tweede, derde en vierde lid, en 18.16a, eerste en tweede lid, zijn belast de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren.
3. Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:15 tot en met 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in artikelen 18.6c, tweede en derde lid, 18.6d, tweede, derde en vierde lid, en 18.16a, eerste en tweede lid, zijn belast de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren.
3. Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:15 tot en met 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.