BWBR0003420
Geldig vanaf 2013-07-04
Artikel 142
Wet op het primair onderwijs
1. In het geval van een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie als bedoeld in artikel 3 van de Wet algemene regels herindeling, stelt Onze Minister op de wijze als aangegeven in artikelen 140en 141, tweede lid, de nieuwe opheffingsnormen voor de betrokken gemeenten onderscheidenlijk delen van gemeenten vast, voor zover deze afwijken van de op grond van artikel 139, tweede lid, en artikel 141bepaalde opheffingsnormen.
2. Indien het college van burgemeester en wethouders binnen 3 maanden na de datum van herindeling, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet algemene regels herindeling, een besluit neemt tot splitsing van de gemeente, stelt Onze Minister voor de beide gebiedsdelen een afzonderlijke opheffingsnorm vast. Artikel 141, eerste lid eerste, tweede en vierde volzin en tweede lid eerste en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Artikel 141, derde lid, eerste, derde en vierde volzin, en vierde lidis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het vierde lid voor «6 maanden» wordt gelezen: 3 maanden.
4. De ingevolge het eerste en tweede lid vastgestelde opheffingsnormen treden in de plaats van de op grond van artikel 139, tweede lid, en artikel 141bepaalde opheffingsnormen en treden in werking met ingang van 1 januari volgend op de datum van herindeling, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet algemene regels herindeling. Tot en met 31 december volgend op de datum van herindeling blijven op de scholen in de gemeenten die bij de wijziging van de gemeentelijke indeling of de grenscorrectie zijn betrokken, de opheffingsnormen van toepassing die golden op de dag voorafgaande aan de datum van herindeling.
2. Indien het college van burgemeester en wethouders binnen 3 maanden na de datum van herindeling, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet algemene regels herindeling, een besluit neemt tot splitsing van de gemeente, stelt Onze Minister voor de beide gebiedsdelen een afzonderlijke opheffingsnorm vast. Artikel 141, eerste lid eerste, tweede en vierde volzin en tweede lid eerste en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Artikel 141, derde lid, eerste, derde en vierde volzin, en vierde lidis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het vierde lid voor «6 maanden» wordt gelezen: 3 maanden.
4. De ingevolge het eerste en tweede lid vastgestelde opheffingsnormen treden in de plaats van de op grond van artikel 139, tweede lid, en artikel 141bepaalde opheffingsnormen en treden in werking met ingang van 1 januari volgend op de datum van herindeling, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet algemene regels herindeling. Tot en met 31 december volgend op de datum van herindeling blijven op de scholen in de gemeenten die bij de wijziging van de gemeentelijke indeling of de grenscorrectie zijn betrokken, de opheffingsnormen van toepassing die golden op de dag voorafgaande aan de datum van herindeling.