BWBR0003631
Geldig vanaf 1984-01-01
Artikel 11
Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
1. Regelen, tot stand gekomen door toepassing van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, alsmede regelingen welke hiermede rechtstreeks verband houden, blijven van kracht zolang en voor zover zij niet zijn ingetrokken of met toepassing van artikel 26 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984door andere zijn vervangen.
2. Bij overgang van een ambt, waaraan een regeling van prestatiebeloning, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, is verbonden naar een ambt waaraan geen prestatiebeloning is verbonden, wordt het bedrag waarmede de tot dusver genoten bezoldiging de in het nieuwe ambt te genieten bezoldiging te boven mocht gaan, als een toelage toegekend. Het bepaalde in de tweede, vierde en vijfde volzin van het vijfde lid van artikel 17van genoemd besluit blijft van kracht.
2. Bij overgang van een ambt, waaraan een regeling van prestatiebeloning, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, is verbonden naar een ambt waaraan geen prestatiebeloning is verbonden, wordt het bedrag waarmede de tot dusver genoten bezoldiging de in het nieuwe ambt te genieten bezoldiging te boven mocht gaan, als een toelage toegekend. Het bepaalde in de tweede, vierde en vijfde volzin van het vijfde lid van artikel 17van genoemd besluit blijft van kracht.