BWBR0003659
Geldig vanaf 1985-05-25
Artikel 3
Wet tot behoud van cultuurbezit
1. Onze Minister kan, de eigenaar en de Raad gehoord, een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die hetzij als zodanig, hetzij door een of meer van de roerende zaken die er een wezenlijk onderdeel van uitmaken, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het Nederlands cultuurbezit, aanwijzen als beschermde verzameling. De aanwijzing gaat vergezeld van een algemene omschrijving van de beschermde verzameling en van een opsomming van de roerende zaken die tot de beschermde verzameling behoren.
2. Artikel 2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Iedere roerende zaak die deel uitmaakt van een opsomming als bedoeld in het eerste lid is een beschermd voorwerp.
2. Artikel 2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Iedere roerende zaak die deel uitmaakt van een opsomming als bedoeld in het eerste lid is een beschermd voorwerp.